HomeActueelGeen groene superstaat

Geen groene superstaat

Publicatiedatum: 25 jun. 2020

Groene samenwerking? Ja! Een groene superstaat? Nee! Zo ongeveer is het standpunt samen te vatten van de SGP over de Europese Green Deal. Natuurlijk moet er hard worden gewerkt om te veel uitstoot van troep en schadelijke stoffen terug te dringen, maar de vraag is wie dat moet doen en hoe we dat doen.

Dat is de kern van wat SGP-woordvoerder Roelof Bisschop zei in de Tweede Kamer bij het debat met minister Wiebes van Klimaat over de Green Deal van de Europese ‘klimaatpaus’   Timmermans. Wat betreft de eerste vraag: de lidstaten van Europa zijn mans genoeg om daarin hun eigen weg te kiezen. Uiteraard in overleg met elkaar, maar de landen kunnen -binnen grenzen- best zelfstandig afwegingen maken. Een Europese Klimaatwet bovenop onze eigen wet moeten we niet hebben, en al helemaal niet als Brussel eigenhandig de tussendoelen gaat bepalen. De SGP moet er ook niet aan denken dat Brussel de vergaande doelstellingen voor 2030 en 2050 nota bene per verordening verbindend gaat verklaren.

En dan de vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat er zo weinig mogelijk schadelijke vervuiling is? Het Nederlandse kabinet wil na alles wat er al is besloten nóg meer vaart maken en de eisen nóg verder opschroeven. “Denkt het kabinet nu echt dat hij draagvlak krijgt als het klimaatakkoord alweer op de schop moet? vroeg Bisschop zich af. En: “Wat zijn de mooie woorden over haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak waard als de onhaalbare doelstelling van 55% vastligt en die daarna afgedwongen kan worden?” De les van stikstof is nu juist dat als je dit soort zaken wettelijk vastlegt, de gevolgen ontwrichtend kunnen zijn en de rekening gigantisch.

 

Lees hieronder de volledige bijdrage van Roelof Bisschop:

Door de groene waas voor de ogen van de Europese Commissie is het besef van subsidiariteit verdwenen. Natuurlijk, Europese samenwerking is nodig. Ik noem zaken als grensoverschrijdende energie-infrastructuur, circulair productbeleid, luchtvaartemissies, emissie-eisen voor auto’s en een effectief emissiehandelssysteem.

Maar de Commissie gaat in de Green Deal veel verder:

-          Een brede toetsing van nationale energie- en landbouwplannen door Brussel.

-          Beleid tegen files en luchtkwaliteitsproblemen bij steden.

-          Doorlichting van nationale begrotingen om te kijken of ze wel groen genoeg zijn. 

-          Een Europees competentiekader voor groener onderwijs.

-          Geld voor verduurzaming van schoolgebouwen.

-          Het opheffen van nationale regelgevingsbarrières voor renovatie.

-          De opdracht aan EU-instellingen om in gesprek te gaan met onze burgers[1].

-          Een klimaatpact om het publiek te overtuigen en om burgerinitiatieven te stimuleren.

-          Aanpak van energiearmoede.

Allemaal zaken waar Brussel volgens de SGP met haar handen van af moet blijven. Of denkt zij het écht op al deze punten beter te weten en te kunnen dan Den Haag, Wenen of Lissabon?

Om nog maar niet te spreken over de Europese klimaatwet waarmee Brussel de bevoegdheid wil claimen om eigenhandig tussendoelen voor CO­2-reductie vast te stellen. En om de vergaande doelstellingen voor 2030 en 2050 per verordening verbindend te verklaren voor individuele lidstaten.

Dergelijke doelstellingen hebben een enorme impact op onze samenleving. Dat hoort niet in een Europese klimaatwet.

 Onvoorstelbaar dat het kabinet de subsidiariteit in het BNC-fiche in één alinea kritiekloos afdoet. Dat doet absoluut geen recht aan de aangenomen motie Bisschop die vraagt om nadrukkelijke toetsing aan het subsidiariteitsprincipe. Het kabinet heeft zelf notabene een grondige beoordeling toegezegd. Gaat het kabinet dit huiswerk overdoen? Gaat het kabinet in Brussel met de vuist op tafel slaan in plaats van poeslief meebewegen, met een krabbeltje hier en daar? Een duurzame koers is goed, maar laten we het roer alsjeblieft niet uit handen geven!

Het kabinet zet heel sterk in op 55% CO2-reductie in 2030, terwijl er nog niet eens een Impact Assessment ligt: de omgekeerde wereld. Weet de minister wel wat die 55% betekent? Denkt hij echt dat hij draagvlak krijgt als het klimaatakkoord weer op de schop moet? Wat zijn de mooie woorden over haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak waard als de onhaalbare doelstelling van 55% vastligt en afgedwongen kan worden? Om een lang verhaal kort te maken: het is het een óf het ander. Waar kiest het kabinet voor?

Graag ook een kritische houding tegenover de ‘Van boer tot bord’- en de Biodiversiteitsstrategie. Moet misschien 30% van ons land onder een natuurbeschermingsregime gaan vallen? En 50% minder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in 2030? Dat betekent nogal wat voor onze voedselproductie. Op een verdubbeling van de Natura 2000 problematiek zitten wij niet te wachten. Laten we ook hier het roer in eigen handen houden.

Groene samenwerking? Ja! Een groene superstaat? Nee!