HomeActueelSGP blij met verwerpen asbestverbod

SGP blij met verwerpen asbestverbod

Publicatiedatum: 4 jun. 2019 | Eerste Kamer

In 2024 zou het totaalverbod op asbest in moeten gaan. De SGP maakte in de Tweede Kamer als enige partij bezwaar: onhaalbaar en voor velen onbetaalbaar. Inmiddels is het voorstel gestrand in de Eerste Kamer en krijgen eigenaren tot 2028 de tijd om hun asbestdaken te vervangen. Lees hieronder de bijdrage van SGP-senator Diederik van Dijk tijdens de wetsbehandeling in de Eerste Kamer.

Ik wil het voorgestelde asbestdakenverbod beoordelen op twee aspecten: proportionaliteit en haalbaarheid.

Proportionaliteit
Er is veel discussie over het risico van asbestdaken. Laten we even naar de cijfers kijken. En dan niet wat betreft de blootstelling in het verleden. Die blootstelling bezorgt helaas nog steeds honderden mensen per jaar een dodelijke kanker. We hebben het nu over de huidige en toekomstige blootstelling als gevolg van verweerde asbestdaken. Dat is een ander verhaal. De Gezondheidsraad heeft de normen aangescherpt. Voor omwonenden is de norm 28 vezels per kubieke meter lucht.

Dan rijst de vraag: hoeveel asbestvezels zitten er in de buitenlucht? Als je de rapporten doorneemt, verbaast het me zeer dat hier nauwelijks goede data over zijn. Als asbestvezels in de buitenlucht dan zo’n groot probleem zijn, waarom heeft de regering hier niet meer onderzoek naar laten doen? TNO heeft drie jaar geleden onderzoek gedaan op een zevental locaties. Wat blijkt: op een tweetal plekken zijn vlakbij schuren met verweerde daken metingen gedaan, bij worst case weersomstandigheden. Je zou denken dat die plekken slecht scoren. De concentraties bleven hier echter onder de waarde voor het verwaarloosbaar risico en ver onder de waarde voor het maximaal toelaatbaar risico.

Ik heb er ook een risicoanalyse van de Inspectie Leefomgeving en Transport uit 2018 bij gepakt. De berekeningen van het ILT op basis van RIVM gegevens komen uit op tien mensen die jaarlijks asbestkanker oplopen als gevolg van werk gerelateerde blootstelling, en drie mensen als gevolg van niet werk gerelateerde blootstelling. Alleen die laatste drie zou je kunnen relateren aan verwering van asbestdaken, al is dat ook nog niet eens de enige bron. Dit risico valt dus in het niet bij de risico’s van bijvoorbeeld roken, drugs- en alcoholgebruik en fijn stof.

Je zou kunnen zeggen: elk mensenleven telt. En dat ís natuurlijk ook zo! Maar als dát de drijfveer is, moet je wel het hele verhaal vertellen.

Door het asbestdakenverbod al per 2025 in te voeren, zal het aantal illegale asbestsaneringen sterk toenemen. Het toenemende aantal dumpingen van illegaal asbestafval is een teken aan de wand. En wat staat nu op nummer 1 als het gaat om blootstelling aan asbest? Ondeskundige verwijdering van asbest. En dat is juist wat bij illegale saneringen gebeurt…

Kortom, de SGP zet vraagtekens bij de onderbouwing van het effect van de voorliggende voorstellen. In de nota naar aanleiding van het verslag komt de staatssecretaris niet veel verder dan de opmerking dat gelet op de risico’s blootstelling via de leefomgeving zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Dat is toch geen serieuze onderbouwing?

Haalbaarheid
De staatssecretaris is optimistisch gestemd over de haalbaarheid van een verbod in 2025. De realiteit is helaas anders. Alleen de ambassadeurs van de versnellingsaanpak roepen dat het kan. Wie zijn oor te luister legt bij de experts in het werkveld, weet wel beter.

Ik noem een paar tekenen aan de wand.

Eerst de cijfers tot nu toe. Als in 2025 alles weg moet zijn, moet per jaar 15 miljoen vierkante meter gesaneerd worden. Vorig jaar is ongeveer 13 miljoen vierkante meter gesaneerd. Maar: In dat jaar liep ook de subsidieregeling van het Rijk af, zodat veel mensen snel nog actie hebben ondernomen. Wat dus een vertekend beeld geeft van de veronderstelde versnelling van de sanering.

Ook moeten we ons realiseren dat de afgelopen jaren vooral grote dakoppervlakten zijn gesaneerd. De 400.000 woningen en kleine schuurtjes met hogere kosten en tijdsbeslag per vierkante meter moeten nog komen. Ik wil er ook op wijzen dat vanwege de strenge opleidings- en saneringseisen het aantal asbestsaneerders beperkt is en de capaciteit dus schaars. Zeker met de huidige krapte op de arbeidsmarkt. Er is uitstroom van medewerkers in plaats van instroom. Particulieren die nu hun asbestdak willen laten saneren, krijgen vaak torenhoge offertes, omdat asbestsaneerders er gewoonweg nog geen tijd voor hebben. Wat moet dat worden richting 2025?

Daarbij komt dat naar schatting 5 tot 10% van de gebouweigenaren financieel niet in staat is om sanering te bekostigen. Dat percentage is nog hoger bij de agrarische ondernemers. En dat zijn juist degenen met de grootste oppervlakten asbestdaken. De landelijke subsidieregeling is inmiddels stopgezet. De staatssecretaris heeft een fonds aangekondigd voor goedkope leningen. De invulling is echter nog steeds onduidelijk, terwijl het verbod met rasse schreden nadert. Bovendien zal het voor veel particulieren en ondernemers ook met een lening nog steeds lastig zijn om die lening überhaupt afgelost te krijgen. Stoppende agrarische ondernemers gaan hier niet aan beginnen. En die zijn er nogal wat. Zo eenvoudig is het helaas niet. De staatssecretaris heeft een veel te rooskleurig beeld over de betaalbaarheid. Erkent de staatssecretaris dat we er zo niet gaan komen?

Overige overwegingen
De staatssecretaris schermt met het feit dat verzekeraars hun handen van asbestdaken aftrekken en dat velen al stappen hebben gezet in aanloop naar het aangekondigde verbod. Ja, maar dat doet aan de zojuist genoemde kardinale kritiekpunten niets af. Trouwens, hoe kan het dat er zoveel jaar zit tussen de aankondiging van het verbod en het regelen van de wettelijke basis hiervoor? Dat moet de regering vooral zichzelf aantrekken. Het aankondigen van een verbod zonder dit snel juridisch goed geregeld te hebben, is onverstandig en onzorgvuldig. En in ieder geval geen argument om het door te drukken.

Een belangrijk knelpunt voor het betaalbaar en haalbaar maken van een asbestdakenverbod zijn de strenge opleidings-, certificerings- en veiligheidseisen. Het opstellens van regels wordt steeds meer doorgeschoven naar het werkveld. Ik kan me zo voorstellen dat die er belang bij hebben dat er zo min mogelijk nieuwe toetreders zijn en dat er geld verdiend wordt aan controles en inventarisaties. Er wordt nauwelijks ruimte geboden voor veilige, innovatie saneringsmethoden. Het kabinet heeft een herziening van het asbeststelsel aangekondigd, maar in de praktijk is er nog weinig van te merken. Onlangs ging een saneringsbedrijf dat een schuimlaag gebruikte om asbest op een goedkope en veilige manier te verwijderen, nog onderuit bij de rechter. Zo werkt het toch niet?

In de wet is een evaluatiemoment in 2022 opgenomen. Daarbij is nadrukkelijk aangegeven dat de datum van het verbod niet ter discussie zal staan, maar dat dan gekeken zal worden wat nog nodig is om op tijd klaar te zijn. Hier kan ik kort over zijn: als je dan nog moet gaan schakelen, ben je te laat. Het mag geen reden zijn om nu de schouders op te halen over de haalbaarheid en betaalbaarheid.

Conclusie
Alles afwegend, zeg ik: óf het kabinet zorgt voor aantoonbaar voldoende financiële steun en toelating van innovatieve methoden om een verbod acceptabel te maken, óf het verbod gaat in deze vorm van tafel. De SGP vindt dat het verbod hoe dan ook uitgesteld moet worden. Dank u wel.