HomeActueelSGP op de bres voor Aramese christenen

SGP op de bres voor Aramese christenen

Publicatiedatum: 14 aug. 2019

 

De Nederlandse regering en Europa moeten zich hard maken voor de Aramese christenen in Turkije. Net als veel andere minderheidsgroepen, krijgen orthodoxe christenen in dat land te maken met achterstelling, geweldpleging en zelfs vervolging. “Nederland kan dit niet stilzwijgend aanzien,” vindt SGP-kamerlid Roelof Bisschop.

In steeds meer (islamitische) landen wordt de druk op christenen opgevoerd. Ook in Turkije, nota bene onze NAVO-bondgenoot, is dat het geval. Aramese christenen, een kleine minderheidsgroepering die met name in zuidoost Turkije te vinden is, hadden het al moeilijk, maar afgelopen weken is hun situatie verder verslechterd. Er zijn berichten dat er in verschillende dorpen brand is gesticht. Ook het eeuwenoude Hananyoklooster lijkt doelwit te zijn geweest van aanvallen.

SGP-Europarlementariër Bert-Jan Ruissen: “Uit wat ik gelezen heb leid ik af dat er sprake is van systematische aanvallen op Aramese christenen en hun bezittingen. Het lijkt er bovendien op dat de Turkse autoriteiten de bedreigingen en andere intimidaties op hun beloop laten. Ik wil dan ook graag dat Nederland en de EU Ankara aanspreken op wat er gebeurd is en mogelijk nog steeds gebeurt.”

Ruissen en Bisschop hebben beide actie ondernomen en deze kwestie aanhangig gemaakt in Den Haag en in Brussel.

 

20190812 – Schriftelijke vragen van het lid Bisschop/Van der Staaij aan de minister van Buitenlandse Zaken over branden in Aramese dorpen in Turkije:

  1. Kent u het bericht “Christelijke dorpen in Turkije geteisterd door brand”? 
  2. Kunt u bevestigen dat de afgelopen weken diverse branden schade hebben aangericht in Aramese dorpen in de Turkse provincie Mardin die worden bevolkt door Oosterse christenen, en dat ook het eeuwenoude Mor Hananyoklooster werd getroffen?
  3. Beaamt u dat deze branden onderdeel lijken te zijn van systematische aanvallen op Turkse christenen door middel van brandstichting, berovingen en dreigingen, waarbij Turkse autoriteiten niet altijd ingrijpen?
  4. Is hier sprake van verwijtbare nalatigheid van Turkse autoriteiten, ook bijvoorbeeld inzake het onderhoud van elektriciteitsinfrastructuur in of rond deze dorpen?
  5. Zo ja, veroordeelt u deze Turkse nalatigheid, en bent u bereid de negatieve gevolgen van de branden en andere bedreigingen aan te kaarten bij de Turkse overheid, juist gezien de van oudsher gemarginaliseerde positie van (Aramese) christenen in Turkije?