29 september 2026

Bescherm jongeren en consumenten op de kredietmarkt

De Tweede Kamer debatteerde op maandag 28 september tijdens een wetgevinsoverleg over de Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet. Lees hieronder de bijdrage van André Flach.

Geld lenen, krediet verstrekken, uitstel van betaling aanvragen: het kan allemaal een wereld van mogelijkheden openen. Het biedt ruimte voor ondernemers om te investeren, het geeft mensen de mogelijkheid om een huis te kopen en het biedt consumenten opties om goederen en diensten aan te schaffen. Kortom, het geeft kansen.

Tegelijk moeten we ook eerlijk zijn: het zet ook de deur open voor een scala aan risico’s. In de huidige consumptiecultuur lijkt het tijdelijk genot van weer een aankoop op afbetaling vaak hoger geschat te worden dan de rekening die in de toekomst komt. Terwijl de rekening die vandaag niet wordt betaald, toch echt wordt doorgeschoven naar de toekomst. Zeker bij bepaalde doelgroepen zijn de risico’s op financiële problemen groot, zoals bij jongeren en jongvolwassenen.
Allerlei onderzoeken tonen dat ook aan.

De recente ontwikkelingen in het aanbieden van krediet, zoals Buy Now, Pay Later, jagen dat alleen maar aan. De richtlijn en het wetsvoorstel dat voorligt, bieden hier extra regels voor. Op basis van een Europees kader. In grote lijnen steunt de SGP dit voorstel, omdat het extra bescherming biedt tegen financiële ellende.

Amendement
In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om minderjarigen uit te sluiten van het verkrijgen van krediet in de vorm van uitstel van betaling. Hier valt bijvoorbeeld ‘Buy Now, Pay Later’ (BNPL) onder. De grens voor minderjarigen ligt op 18 jaar.

De SGP heeft een voorstel ingediend om die grens te verhogen naar 21 jaar.
De financiële kwetsbaarheid, de schuldenproblematiek stopt helaas niet bij 18 jaar. Allerlei onderzoeken laten dit zien. Zo blijkt uit recent onderzoek van de AFM dat 9% van de BNPL-gebruikers tussen de 18 – 24 jaar wordt overgedragen aan een incassobureau. Ook blijkt uit onderzoek van Deloitte dat 18 – 24-jarigen vaker dan gemiddeld financieel ongezond zijn én veel (42%) gebruik maken van BNPL.
Deze informatie bevestigt het beeld dat BNPL bijdraagt aan financiële problemen, juist ook bij jongvolwassenen.

  • Deelt de minister die analyse?

Ik snap dat het amendement de ruimte voor jongeren inperkt om uitgaven te doen. De negatieve maatschappelijke en financiële gevolgen van het gebruik van BNPL werken echter ook door bij consumenten tot 21 jaar. Met de ophoging van de leeftijdsgrens kunnen problematische schulden en schuldgewenning bij onder meer jongeren beter voorkomen worden. En kunnen ook de negatieve maatschappelijke gevolgen voor de samenleving verkleind worden.

  • Hoe ziet de minister dit?

Ik weet dat er ook voor de groep 18 – 21 jaar beschermingsmaatregelen worden ingevoerd, waaronder een kredietwaardigheidsbeoordeling.
Dat is belangrijk, maar ik vraag mij af of dat voldoende is.
Zo hoeft de kredietwaardigheidsbeoordeling slechts ‘beperkt’ te worden vormgegeven bij kredieten tot € 100,-.

Overigens verhoogt mijn amendement alleen de leeftijd voor kredieten in de vorm van uitstel van betaling. Voor overige vormen van krediet legt het amendement geen verdere beperkingen op, er blijft daar bijvoorbeeld geen toestemming van een wettelijk vertegenwoordiger nodig.

Ontwijking
De kredietmarkt draait uiteindelijk ook gewoon om winst maken.
Op zich is daar niets mis mee.
Maar als de schuldenproblematiek groter wordt, of er winst wordt gemaakt over de rug van kwetsbare groepen, moet er gehandhaafd worden.
Voor bepaalde vormen van kredietverlening, zoals BNPL, wordt dat nu geregeld.
Toch blijf ik wel beducht voor alternatieve routes.
De AFM wijst hier ook op: bestaande producten kunnen vervangen worden door andere producten.

  • Hoe worden dat ontwijkgedrag gemonitord, maar vooral voorkomen?
  • Biedt dit wetsvoorstel voldoende ruimte om snel op nieuwe vormen van schadelijke kredietverlening te kunnen anticiperen?

Bijzondere categorieën persoonsgegevens
Om een goede kredietbeoordeling te doen, moeten kredietverstrekkers persoonsgegevens aanvragen. Dat is altijd best een ingewikkeld spanningsveld.
Het gaat dan al snel op heel persoonlijke gegevens, waarbij er ook snel te veel of te persoonlijke informatie opgevraagd wordt. Wat de SGP betreft worden hier echt heldere grenzen aan gesteld. De Raad van State besteedt hier in haar advies ook aandacht aan.

In artikel 4:34a wordt nu geregeld dat kredietverstrekkers geen bijzondere categorieën van persoonsgegevens in de beoordeling mogen betrekken.
Dat betekent dus die gegevens wel opgevraagd kunnen worden, al dan niet bewust.

  • Moet dit in het kader van goede privacy en bescherming van persoonsgegevens niet meer ingekaderd worden?
  • Is het niet beter om bijvoorbeeld te stellen dat bijzondere categorieën van persoonsgegevens niet opgevraagd mogen worden?

Reclame
Het wetsvoorstel stelt ook extra regels over reclame-uitingen. Heel goed dat dit wettelijk vastgelegd wordt. Juist die aantrekkelijke reclame waarin allerlei fantastische deals en voordelen kunnen enorm misleidend zijn. Goed dat hier paal en perk aan wordt gesteld. Ook hier geldt: sommige groepen, sommige consumenten zijn gevoeliger voor dit soort reclame dan anderen. Het is niet verrassend dat deze reclame-uitingen juist op sociale media breed worden ingezet, met het doel jongeren te bereiken.

  • Waarom heeft de minister hier geen extra eisen of regels aan gesteld?
  • Is het niet raadzaam om juist bij reclame, gericht op kwetsbare doelgroepen, extra waarborgen in te voeren?

Inwerkingtreding
De richtlijn moet uiterlijk 20 november 2026 in werking treden. Over minder dan twee maanden dus. We behandelen vandaag de wet, maar er volgt ook nog een wetgevingsproces in de Eerste Kamer. Er komt nog een implementatiebesluit, een advies van de Raad van State, een ministeriële regeling, en ga zo maar door.

  • Ik vraag me wel af hoe de minister deze uitdagingen in de tijd precies gaat oplossen?
  • Kan de minister zijn plan hiervoor schetsen?

Zowel consumenten als kredietverstrekkers moeten op tijd weten waar ze aan toe zijn. Dat vraagt om snelle helderheid over de precieze wetteksten en ingangsdata.