19 mei 2026

Bestrijd witwassen met gezond verstand

De Tweede Kamer heeft op dinsdag 19 mei tijdens een plenair debat het wetsvoorstel bestrijding heling en witwassen behandeld. Namens de SGP voerde Diederik van Dijk het woord. Ook diende de SGP een amendement in tijdens dit debat (klik hier voor het amendement).

Een oud spreekwoord zegt: ‘De dief en de leugenaar wonen onder één dak.”
Als we ergens het huwelijk tussen diefstal en leugen belichaamd zien, dan is het wel in de praktijk van heling en witwassen. De steler en de heler spelen met elkaar onder een hoedje. Wie bovendien op de omvang van die praktijk let, krijgt helaas de indruk dat het gezegde vaak niet klopt dat gestolen goed niet gedijt. Er gaan honderden miljoenen door onrechtmatige handen en helaas ook handen die te goeder trouw zijn.

Het is daarom een goed streven van de regering om ervoor te willen zorgen dat helers en witwassers vaker tegen de lamp lopen. Het is winst als we uiteindelijk mede door inzet van de overheid kunnen zeggen: ‘Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel. Het geeft voldoening als rechtmatige eigenaars zelfs hun goederen weer in handen krijgen of ten minste een schavergoeding ontvangen.

Het wetsvoorstel dat we nu bespreken, stamt nog uit de coronatijd. En de voorgeschiedenis is zelfs nog langer. Dat heeft ook iets te maken met veel terechte bezwaren en zorgen vanuit de praktijk. Die maken dat de SGP toch kritisch kijkt naar dit voorstel. Een goede wijn moet je soms langer laten liggen, maar eenmaal geopend is het geen aanbeveling om de fles te lang te laten staan. De SGP heeft op verschillende punten de indruk dat we nog geen rijpe wijn hebben.

De SGP hoort graag een toelichting van de regering op het verschil tussen de theorie van de regelgeving en de praktijk in het land. De regering benadrukt dat veel verplichtingen al bestaan, dat veel gemeenten en bedrijven al werken met digitale registers en dat bepaalde verplichtingen juist ingeperkt worden. Dat klinkt natuurlijk erg mooi, maar in hoeverre werden die systemen en regels nu ook consistent nageleefd?

  • Is de eerlijke werkelijkheid niet dat de consequente naleving van het wetsvoorstel voor veel betrokkenen een behoorlijke verzwaring van de lasten gaat betekenen, zeker als men nog met papieren registers werkt?

Het Openbaar Ministerie vraagt aandacht voor de systematiek van het wetsvoorstel en de algemene maatregel van bestuur. We zien die kritiek van het OM vanzelfsprekend niet terug in de consultatie van de concept-AMvB, zo zeg ik maar vast tegen de regering, omdat de fundamentele keuze gemaakt wordt in het wetsvoorstel dat we nu bespreken. Het OM constateert dat artikel 437 Strafrecht de enige strafbepaling is waarin ook een grondslag voor een AMvB te vinden is.
Dat is dus bijzonder. Tot op heden was die AMvB heel beknopt en was daarom met die uitzonderlijke situatie heel goed te leven.

De SGP constateert echter dat de AMvB duidelijk van karakter verandert. Het wordt een uitgebreid stuk waarin naast de beschrijving van categorieën goederen nu ook het opkopersregister en het opkopersloket worden geregeld. Het OM geeft beeldend aan dat nu wel erg veel gewicht komt te hangen aan het kleine draadje dat door artikel 437 is geweven.

  • Zou het toch niet voor de hand liggen en wenselijk zijn om het kader daarvoor in de formele wet te regelen?

Het zou niet heel veel tijd hoeven vergen om dit te regelen na alle voorbereidingen. Er is nu al zoveel tijd verstreken dat dit er nog wel bij kan. De SGP steunt het amendement-Van Nispen om in ieder geval een voorhang te regelen, maar het is de vraag of we hiermee voldoende recht doen aan de wetssystematische vraag die voorligt en of een andere systeem de behoefte aan een voorhang niet had kunnen voorkomen.

Als specifiek bezwaar ziet de SGP dat in het concept van de algemene maatregel van bestuur bepalingen staan die zo algemeen zijn dat ze eigenlijk gewoon in de formele wet thuis horen. Dat geldt volgens de SGP in ieder geval de regel dat goederen geen waarde hebben als ze als afval worden aangeboden. Denk aan de milieuwerven waar talloze Nederlanders dagelijks spullen dumpen. Door dit uitgangspunt helder in de wet te zetten maken we glashelder dat we voor dit soort situaties geen regelcircus optuigen. Het is dan ook een prachtig spiegelbeeld van de bepaling dat goederen enige waarde van betekenis moeten hebben om geregistreerd te worden.

  • Ik hoor graag de reactie van de regering op mijn amendement nummer 18.

Het Openbaar Ministerie benoemt ook terecht het belang van een heldere, eenvoudige en goed handhaafbare regeling. Wie door die bril naar het concept van de algemene maatregel van bestuur kijkt, fronst toch wel zijn wenkbrauwen.
De regering ziet juist de charme dat zaken concreter worden en daardoor duidelijker zouden zijn. En natuurlijk, van sommige zaken is duidelijk dat ze niet onder de verplichtingen vallen. Het wetsvoorstel gaat bijvoorbeeld niet over witgoed en ondergoed. Het verschil tussen een koelkast en een krultang is ook helder, maar hoe zit het met een kleine grastrimmer in de tuin en een neustrimmer in de badkamer?

  • Is dit echt eenvoudig uitvoerbaar of vergt het een behoorlijke module scholing om alles uit elkaar te houden?

Als ik iets boven het wetsvoorstel ga hangen, kom ik tot de vraag of we niet een beetje doorschieten met deze regeling.

  • Zouden we niet met een onsje minder genoegen moeten nemen om de regeling meer doeltreffend te maken?

De SGP staat hier nog specifiek stil bij de nieuwe categorie lithiumaccu’s. Die categorie is makkelijk opgeschreven en mooi bij de tijd gebracht, maar er kleven allerlei moeilijkheden aan voor wie de praktijk een beetje op zich in laat werken. Het is duidelijk dat fietsaccu’s duur en diefstalgevoelig zijn, maar dat geldt voor veel accu’s niet. In 2024 werd bijna 363.000 kilo aan lithiumaccu’s en batterijen ingezameld. Als hierbij slechts tien procent zonder betaling zou gebeuren, zou dit al een enorme berg zinloze registratie en bewaring betekenen. Overigens, als wel sprake is van betaling, gebeurt dat vaak niet om winst te maken, maar om de brandveiligheid te kunnen waarborgen door gescheiden opslag.

  • Zou dit niet veel beter afgebakend moeten worden, bijvoorbeeld door een minimumvermogen te regelen?

De SGP vraagt in het bijzonder aandacht voor organisaties die goed werk leveren vanuit en voor de samenleving en voor het milieu. Ik bedoel de kringloopwinkels.
Ook voor deze winkels geldt dat nauwelijks risico bestaat op heling en witwassen als goederen gratis worden aangeboden. De verplichtingen om te registreren en te bewaren voegen niet meer toe dan alleen overlast en hinderen dus onnodig goede maatschappelijke initiatieven. Met brede ondertekening van collega’s heb ik daarom een amendement ingediend om deze kringloopwinkels uit te zonder van het wetsvoorstel. Ruim baan voor deze mooie winkels.

  • Ik hoor graag reactie van de regering op amendement nummer 19.

Passend bij de aandacht voor belangrijke maatschappelijke initiatieven zoals kringloopwinkels eindig ik met een gedicht over een activiteit die erop lijkt, namelijk de rommelmarkt:

Ik stond laatst op een rommelmarkt,
ik had nog zo veel troep.
Daar vond ik een mooi plaatsje,
op een brede stoep.
Links plaatste ik de barbies,
wat weckflessen en een sprei.
En op de rest mijn boeken,
dit was een hele rij.
Toen ik ze daar zag liggen,
ging er van alles door me heen.
Geen enkel kon ik missen,
Bekeek ze één voor één.
Die kreeg ik van de zondagsschool,
en die van een vriendin,
deze van mijn Pa en Moe
‘k Was terug bij het begin.

Ik weet niet of de minister ooit op een rommelmarkt gestaan heeft en of hij er gevoel bij heeft, maar kan hij in ieder geval bevestigen dat dit soort prachtige praktijken geen last krijgen van het wetsvoorstel? En een slotvraag, om de noodzaak van een eventuele novelle meteen uit te sluiten:

  • Kan de minister bevestigen dat geen sprake kan zijn van medeplichtigheid of medeplegen als een minderjarige op de rommelmarkt een soepkop verkoopt aan een handelaar?