15 december 2022

Bisschop over lerarentekort

Op donderdag 15 december debatteerde de Kamercommissie van OCW over het lerarentekort. De bijdrage van SGP-Kamerlid Roelof Bisschop is hieronder te lezen.

Het zou niet gek zijn als politici in elke vergaderzaal een geheugensteuntje hebben. Als op de muur van elke commissiezaal een vraag geschreven moest worden, dan zou het deze zijn: Voor welk probleem is dit plan de oplossing?Vandaag spreken we over het aanhoudende lerarentekort. Dat is een serieus probleem. In de stukken komen ook allerlei reële deelproblemen aan de orde. Gebrek aan begeleiding. Ervaren werkdruk. Administratieve lasten.

Regionalisering
Maar dan de voorgestelde oplossing: een nieuwe bestuurlijke laag van verplichte regionale samenwerkingsverbanden. Een nieuwe Realisatie Eenheid op het ministerie. Doorzettingsmacht voor regio’s, met centrale aansturing door OCW. Regio’s met een centrale dienst die zelfstandig personeel in dienst gaan nemen. Is dit echt een noodzakelijke voorwaarde voor het oplossen van de genoemde problemen of krijgen we hiermee vooral staatsuitzendbureaus? Richten we ons hiermee voluit op het beperken van het lerarentekort of zijn we vooral bezig met het verplaatsen van leraren? Gaat het bijdragen aan een aantrekkelijker beroep als we leraren zien als regiopoppetjes zonder binding aan een school?

Het risico is groot dat deze nieuwe regionalisering veel tijd en energie gaat kosten, terwijl de opbrengsten zeer onzeker zijn en de frustraties groot. De SGP heeft inhoudelijk grote twijfels:

  • Waarom zou juist een extra schakel sneller tot oplossingen leiden?
  • Wie heeft bedacht dat scholen het in tijden van lerarentekort een risico zouden vinden om mensen in dienst te nemen die het vak nog moeten leren?
  • Zullen we niet alles uit de kast moeten halen om ten minste te voorkomen dat de nieuwe bestuurslaag tot nog meer werkdruk en lasten leidt?

Maatwerk
De SGP wijst op het belang van maatwerk en differentiatie. De problemen zijn namelijk niet overal hetzelfde en ook niet overal even groot. Wat doet de minister bijvoorbeeld met het gegeven dat tekorten zich vooral concentreren in Randstedelijke gebieden? Waarom moet het bestuur van een dorpsschool deelnemen aan een samenwerking die zo groot is als een arbeidsmarktregio? Hoe houdt de minister rekening met bestaande samenwerkingsvormen, zoals de Educatieve Levensbeschouwelijke Alliantie die op grond van het bestuursakkoord door de overheid erkend en gefinancierd wordt?

De Kamer heeft eind november in een motie de bestaande levensbeschouwelijke samenwerkingsverbanden juist als voorbeeld genomen en uitgesproken dat bij bestaande samenwerkingsvormen moet worden aangesloten. Het kan toch niet zo zijn dat deze voorbeeldfuncties uiteindelijk juist de dupe worden van de nieuwe plannen en dat sommige leraren daardoor juist vertrekken?

Ambities heroverwegen
De SGP constateert dat de politiek eigenlijk steeds meer plannen en ambities wil opstapelen. Is het niet zaak om de verschillende ambities nog eens grondig tegen elkaar af te wegen in het licht van het lerarentekort, zodat we het risico op toenemende personeelsuitval beperken?

Praktische oplossingen
De SGP constateert telkens weer dat er winst te behalen blijft met praktische oplossingen. Hoe komt het bijvoorbeeld dat 60-plussers die solliciteren soms niet eens op gesprek mogen komen? Kunnen we juist ook meer werven voor deeltijd? Kunnen mensen met een associate degree meer bevoegdheid krijgen? Komen de mogelijkheden om lesuren te beperken meteen beschikbaar los van de plannen voor regionalisering?

Inhoudelijke zeggenschap
Het lijkt erop dat er meer centralistische sturing komt op de inhoud van lerarenopleidingen. De SGP constateert dat studenten gebaat zijn met opleidingen die voldoende inhoudelijk profiel kunnen maken. Onderkent de minister dit belang? Waarom zouden aanscherpingen wenselijk zijn?