28 september 2016

Debat over suïcidepreventie

De Tweede Kamer heeft op 7 september 2016 overleg gevoerd met mevrouw Schippers, Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, over de landelijke suïcidecijfers 2014, de voortgang van de Landelijke agenda suïcidepreventie en de brief van de Minister in reactie op een bericht van CBS.nl inzake meer zelfdodingen. Namens de SGP voerde Kees van der Staaij het woord.

Voorzitter. Verscheidene woordvoerders hebben al naar voren gebracht dat de cijfers van overlijdensgevallen als gevolg van suïcide helaas nog steeds torenhoog zijn: 1.871 mensen was de laatste telling. Tegelijkertijd moeten we ook vaststellen dat er wel heel veel goeds gebeurt in suïcide-preventie en dat het dus te makkelijk is om te zeggen: wanneer gaat u het nu eindelijk eens serieus nemen, Minister? Met zo’n tekst wil ik vandaag niet aankomen, want in de stukken lees ik wel degelijk dat het probleem serieus genomen wordt en dat er allerlei acties op touw worden gezet. Maar de vraag blijft natuurlijk wel, juist als je ziet dat het aantal niet of te weinig omlaag gaat, wat we meer kunnen doen om bij te dragen aan een betere preventie.

Verhalen van nabestaanden

Ik vond het zelf indrukwekkend om afgelopen weekend het materiaal te lezen dat de Ivonne van de Ven Stichting ons toestuurde, met de achttien verhalen van nabestaanden. Dan komt het heel dichtbij en zie je wat er vanuit het perspectief van de nabestaanden misging. Hun aanbeveling om naasten nog meer te betrekken bij hulpverlening, intake, diagnose en behandeling wil ik graag tot de mijne maken. Ik vind het heel goed dat de inspectie oog heeft voor de verhalen van de nabestaanden, ook in het beleid. Ik denk dat we er allemaal belang bij hebben om gevoed te worden door de verhalen en ervaringen van de nabestaanden, welke rol we ook hebben in de suïcidepreventie. Soms gaat het om heel concrete dingen. Er zijn prachtige richtlijnen voor veel hulpverleners, maar die worden soms toch onvoldoende nageleefd, bijvoorbeeld bij de zorgvuldige intake met aandacht voor suïcidale gedachten en het bieden van acute hulp. Ik denk dat de naleving van die richtlijnen dus ook een belangrijk agendapunt is. Ik sluit me aan bij de vraag of de Minister bereid is de Landelijke agenda suïcidepreventie te continueren. Het zou jammer zijn als die stopt en er een gat valt.

Risicogroepen

Ik heb ook nadrukkelijk gekeken naar risicogroepen. Kunnen we daar nog winst boeken? Mij viel op dat er vaak na scheidingen suïcides aan de orde zijn, althans dat een groot aantal van de suïcidegevallen plaatsvindt na een scheiding. Dit zou er praktisch toe kunnen leiden dat hulpverleners of anderen die een rol in het scheidingsproces hebben, die suïcidale gedachten serieus nemen. Ik weet niet of de Minister daar mogelijkheden voor ziet. Uit de ervaringsverhalen bleek ook dat dit voorkomt. Een man zei: als we uit elkaar gaan, pleeg ik zelfmoord. Ik snap dat dit in een proces als manipulatief kan worden opgevat, maar tegelijkertijd kan het wel een serieuze hulpvraag zijn. Is daar voldoende aandacht voor? In het buitenland, bijvoorbeeld in Californië, Finland en Australië, is er ook veel oog voor de risicogroep van vrouwen met recente abortuservaringen. Ik wil dat debat hier niet helemaal bij betrekken, maar ik wil wel vragen of we voor die risicogroep, die in andere landen kennelijk gedefinieerd wordt, in de nazorg bijzonder oog moeten hebben. Zouden we in dat licht kunnen leren van de ervaringen van Finland?