11 augustus 2016

Dieraantallen

Onlangs is uitgebreid onderzoek gedaan naar de invloed van veehouderijbedrijven op de gezondheid van omwonenden. De uitkomsten waren niet eenduidig. Er zijn zowel positieve als negatieve verbanden. Desondanks grijpt de regering dit onderzoek aan om de Wet dieraantallen door te zetten. Deze wet gaat provincies mogelijkheden geven om aantallen dieren in bepaalde gebieden of op bepaalde bedrijven te begrenzen. De SGP is het hier niet mee eens.

Onlangs gaf ook prof. Heederik, mede-auteur van het genoemde onderzoek aan dat de regering geen recht doet aan de uitkomsten van het onderzoek en dat sturen op dieraantallen niet de oplossing is voor het probleem, maar het direct aanpakken van de uitstoot van schadelijke stoffen. Het stal- en managementsysteem speelt een veel belangrijkere rol dan het aantal dieren. Kamerlid Elbert Dijkgraaf heeft daarom onderstaande schriftelijke vragen ingediend. In de vragen refereert hij ook aan een analyse van V-focus waaruit blijkt dat in veedichte Brabantse gemeenten niet meer longkanker voorkomt dan in veearme gemeenten. Integendeel zelfs.

Schriftelijke vragen van het lid Dijkgraaf (SGP) aan de staatssecretarissen van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu over de kritiek op de Wet dieraantallen

  1. Heeft u kennisgenomen van de kritiek van prof. dr. ir. Heederik van het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS), mede-auteur van het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), op uw interpretatie van het VGO-rapport en de Wet dieraantallen?
  2. Hoe waardeert u zijn conclusie dat sturen op dieraantallen niet het meest geëigende instrument is om effecten van veehouderij op de volksgezondheid weg te nemen?
  3. Is de veronderstelling juist dat het VGO-onderzoek zowel positieve als negatieve correlaties ziet en dus geen eenduidig beeld geeft en dat bij geconstateerde correlaties nog geen sprake hoeft te zijn van oorzakelijke verbanden?
  4. Is de veronderstelling juist dat eventuele effecten van veehouderijbedrijven op de volksgezondheid veel meer afhankelijk zijn van stal- en managementsystemen dan van het aantal dieren?
  5. Hoe waardeert u de opmerking van de IRAS-onderzoeker dat ook dierenwelzijnsmaatregelen negatieve effecten kunnen hebben op de volksgezondheid? Hoe gaat u hiermee om?
  6. Hoe waardeert u de kritiek van de gedeputeerden van Gelderland en Limburg op de Wet dieraantallen?
  7. Heeft u kennisgenomen van de analyse dat in Brabantse gemeenten longkankerincidentie negatief gecorreleerd is met de veedichtheid3? Hoe waardeert u deze analyse?
  8. Wat is, gelet op voorgaande punten en bestaande beleidsinstrumenten (emissie-eisen, productierechtensystemen, het provinciale veehouderijbeleid en de betere mogelijkheden voor gemeenten om via de Omgevingswet bedrijfsuitbreidingen met negatieve volksgezondheidseffecten tegen te houden), de onderbouwde toegevoegde waarde van de aangekondigde Wet dieraantallen?
  9. Bent u voornemens de indiening van de Wet dieraantallen te heroverwegen?
  10. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het vervolgonderzoek, onder meer naar endotoxinen?