12 maart 2026

Het Iraanse regime vormt een ernstige bedreiging

De Tweede Kamer debatteerde op donderdag 12 maart over de situatie in Iran. Lees hieronder de bijdrage van SGP-Fractievoorzitter Chris Stoffer.

‘Dood aan Amerika, dood aan Israël’. We horen het nu al 47 jaar. Dit stukje proza is niet zomaar retoriek, maar officieel beleid van de Islamitische Republiek Iran en zijn Revolutionaire Garde. Van aanslagen in Beiroet en Buenos Aires tot liquidaties in Europa. De Garde rekent koelbloedig af met tegenstanders, zowel binnen als buiten Iran, en laat geen kans onbenut om antisemitisme aan te wakkeren.
Dat heeft ook hier in Nederland gevolgen.

Joodse instellingen nemen al jaren zware veiligheidsmaatregelen, en de Israëlische ambassadeur is veruit de zwaarst beveiligde diplomaat. Vorige week nog maakten de autoriteiten in Azerbeidzjan bekend dat terreuraanslagen op een synagoge en de ambassade werden verijdeld. Voor Iraanse en Joodse Nederlanders vormt de Garde een dagelijkse bedreiging. Iran is bovendien een existentiële bedreiging voor Israël. Daarom waren wij als SGP echt in shock toen de minister in zijn eerste reactie opriep tot terughoudendheid. Dat zeggen we toch ook niet tegen Oekraïne?

Wellicht geschrokken van de reacties gaf de minister enkele dagen later aan dat de oproep ‘met name op Iran gericht was’ en dat internationaal recht ‘niet het enige kader’ is. Zonder directe steun uit te spreken, werd in ieder geval begrip getoond voor de acties van Israëli’s en Amerikanen. Maar, voorzitter, wat schetst mijn verbazing? Gisteren liet de minister-president een statement uitgaan dat het kabinet inzet op ‘de-escalatie en druk op het Iraanse regime’.

  • Kan de minister uitleggen hoe die twee samengaan?

Ik probeer dit soort statements welwillend te lezen, maar het kabinet laat ons opnieuw in verwarring achter. In Jeruzalem en Washington, D.C. wordt ook meegelezen, en dit soort teksten roepen daar onbegrip op.

  • Wat is nu precies de positie van Nederland?
  • En aan wie is de oproep tot de-escalatie ditmaal gericht?

Als zich een kans voordoet om dit brute regime een gevoelige slag toe te brengen, en misschien zelfs ruimte te creëren voor echte verandering, dan is een oproep tot de-escalatie totaal ongepast. Als alles bij het oude blijft, hebben tienduizenden Iraanse demonstranten hun leven verloren, terwijl de ayatollahs hun macht consolideren.

Een nucleair bewapend Iran vormt een existentiële bedreiging voor Israël en de internationale veiligheid. Volgens het Internationaal Atoomenergieagentschap heeft Iran uranium tot 60% verrijkt; civiel gebruik vereist minder dan 4%, en voor een kernwapen is 90% nodig, een niveau dat Iran vanuit 60% in enkele weken kan realiseren. Na de aanvallen van Israël en de VS schoot een deel van de Kamer direct in de reflex dat het internationaal recht is geschonden, maar dat is voorbarig. Vanuit Nederland beschikken wij niet over alle inlichtingen waarover Israël en de VS wél beschikken; het minste wat we kunnen doen, is ons oordeel opschorten totdat we een vollediger beeld hebben. Wat we wél weten, is dat een tweede Noord-Korea het laatste is wat de wereld kan gebruiken.

Dit debat raakt ook ons bredere buitenlandbeleid. Het openen van markten of vergroten van exportkansen is belangrijk, maar kan niet het primaire doel zijn.
Internationale veiligheid en stabiliteit moet altijd voorop staan. Het nucleaire akkoord met Iran bood ontegenzeggelijk kansen voor het bedrijfsleven, maar dat kortetermijndenken kwam met een enorme prijs.
Commerciële betrekkingen leiden niet automatisch tot hervormingen
Het tegendeel is waar: met handel boven veiligheid hebben de VS en de EU het ayatollah-regime indirect gefinancierd.

Follow the money: belastingopbrengsten vloeien naar veiligheidsdiensten die hun binnenlandse greep verstevigen en naar buitenlandse operaties via Hezbollah, de Houthi’s en Islamitische Jihad.

  • Daarom mijn vraag aan de minister: met de kennis van nu – de voortgaande uraniumverrijking, de agressieve rol van Iran en de onderdrukking van de eigen bevolking
  • Is het kabinet bereid te reflecteren op de Nederlandse positie ten aanzien van de Iran-deal ten tijde van Rutte-II en III?