19 januari 2026
Een nieuw Box 3-stelsel
Vandaag bespreken we een heel belangrijke wet. Een wet met een lange geschiedenis. Veel voorgangers van deze staatssecretaris zijn hier al mee bezig geweest.Het is goed dat er eindelijk een concreet voorstel ligt. Hoewel de SGP wel kritisch is op onderdelen van de wet, daar kom ik zo op terug.
Dit wetsvoorstel zorgt er wel voor dat er veel meer op basis van werkelijk rendement wordt geheven. Dat is heel goed. De SGP pleit daar al jaren voor.
Het oude stelsel heeft de houdbaarheidsdatum ruim overschreden.
Met kunst- en vliegwerk is met reparatiewetgeving het stelsel in de lucht gehouden. Maar iedereen is het eens dat er een nieuw stelsel moet komen.
De lage rentestanden zorgden ervoor dat burgers veel zwaarder belast werden dan rechtvaardig was. Terwijl beleggers met hoge rendementen soms juist te laag belast werden. Daarom moet er gewoon een stelsel op basis van het werkelijke rendement komen. Dat is rechtvaardig en doet recht aan de draagkracht van belastingplichtigen.
Ik zei het al, ook deze wet kent een lange geschiedenis. Er is lang gesproken over de vormgeving. Of er geheven moet worden op basis van vermogensaanwas of vermogenswinst.Ik kan de huidige opzet in grote lijnen volgen. Maar ik zie ook wel echt grote bezwaren. Omdat er belasting wordt geheven op basis van niet-gerealiseerde vermogensaanwas, kunnen er echt grote problemen ontstaan.
Zoals bij kleine beleggers, die ondanks een kleine portefeuille toch al snel belasting moeten gaan afdragen. Vaak zijn dit middeninkomens. Maar ook eigenaren van tweede woningen kunnen al snel in problemen komen als ze hun woning niet of nauwelijks verhuren. Of kleine ondernemers die hun pensioen belegd hebben, maar elk jaar al belasting moeten gaan afdragen over hun pensioenvermogen. Kortom, de SGP is zeker van mening dat het stelsel aangepakt moet worden. Maar we zien ook nadrukkelijk bezwaren in dit voorstel.
Familiebedrijven
Voor vrijwel alle vermogensbestanddelen wordt geheven op basis van de vermogensaanwas. Er zijn wat uitzonderingen, bijvoorbeeld voor start- en scale-ups. Dat is te begrijpen, omdat een belasting op vermogensaanwas daar hele negatieve gevolgen heeft. Hetzelfde geldt echter voor aandelen in familiebedrijven. Die worden niet elk jaar opnieuw gewaardeerd, wat wel moet gebeuren in het nieuwe stelsel.
- Is de staatssecretaris het eens dat dit een grote, extra uitvoeringslast voor familiebedrijven met zich meebrengt?
Ze zijn niet vrij verhandelbaar en als er over de vermogensaanwas betaald moet worden, gaat dat al snel ten koste van het familiebedrijf. De SGP is er voorstander van om de aandelen in familiebedrijven te belasten op basis van de vermogenswinstbelasting. In het eerste voorstel van deze wet, was dit ook geregeld. Op basis van een onderzoek is geconcludeerd dat dit mogelijk in strijd is met Europese regelgeving. Met name omdat familiebedrijven lastig te definiëren zijn.
- Ligt dan de oplossing niet in het beter definiëren van familiebedrijven, vraag ik de staatssecretaris?
De gevolgen voor familiebedrijven zijn groot, en daarmee ook voor de economie.
Maar ook voor de grote maatschappelijke waarde die familiebedrijven hebben.
- Ik zou de staatssecretaris toch willen uitdagen om te bezien of er geen oplossing voor dit probleem is.
Overigens speelt een vergelijkbaar probleem bij kapitaalverzekeringen.
Ook die zijn niet liquide, terwijl er wel jaarlijks belasting betaald moet worden.
- Ziet de staatssecretaris ook hier het probleem, en hoe kan dit opgelost worden?
Vastgoedbijtelling
Ook bij tweede woningen wordt niet altijd geheven op basis van het werkelijke rendement. Bijvoorbeeld vakantiewoningen die weinig verhuurd worden. Dan geldt de vastgoedbijtelling, of het hoogste bedrag van de huuropbrengsten en de vastgoedbijtelling. Dat is een forfaitair rendement. Dat doet niet altijd recht aan de situatie in de praktijk. Maar los daarvan wordt er dan dus belasting geheven, terwijl er soms helemaal geen inkomsten zijn. Soms gelden er voor de verhuur van recreatiewoningen beperkingen, bijvoorbeeld een verbod op verhuur in de winter.
- Hoe houdt de vastgoedbijtelling daar rekening mee?
Bij het vaststellen van de vastgoedbijtelling is aangesloten bij de gemiddelde economische huurwaarde. Maar als een woning of ander vastgoed niet verhuurd wordt, is er geen huuropbrengst. De eigenaar wordt er niet beter van, er zijn geen inkomsten. En je weet bij het vaststellen van een gemiddelde huuropbrengst één ding vrij zeker: bijna niemand haalt precies dat gemiddelde. Er zitten ook altijd burgers bij die een lagere huuropbrengst hebben. Toch wordt er wel belasting geheven. Op basis van een forfaitair rendement dat de werkelijkheid zeker niet altijd recht doet. En ten slotte, voor al het onroerend goed wordt belasting geheven op basis van de huur van huurwoningen. Terwijl er een breed scala aan typen onroerend goed is.
- Is er geen risico op rechtszaken die dit forfaitaire rendement gaan testen?
- En is er dan geen risico dat bijvoorbeeld de Hoge Raad de wetgever opnieuw terugfluit?
Maar los van de juridische grondslag, er wordt dus niet geheven op basis van werkelijk rendement. Volgens mij doet dat afbreuk aan dit wetsvoorstel.
NSW-landgoederen
Een ander probleem doet zich voor bij landgoederen onder de Natuurschoonwet.
Dit zijn ten eerste landgoederen met vaak grote maatschappelijke waarde. Maar aan de instandhouding daarvan zijn ook hoge kosten verbonden. Kenmerkend is ook dat deze landgoederen weinig van eigenaar veranderen. En dat ze, ook bij wisseling van eigenaar, geen liquide vermogen opleveren. Op basis van het voorliggende wetsvoorstel moet er echter wel belasting worden betaald over de vermogensaanwas op papier. Dat zet het voortbestaan van deze belangrijke landgoederen ernstig op het spel. Ik heb dan ook meegetekend met het voorstel van de heer Grinwis, die een vrijstelling invoert. Hierdoor hoeft, onder voorwaarden, geen belasting te worden betaald over de papieren waardestijging.
- Uiteraard ben ik benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris.
Verpachte landbouwgronden
Hetzelfde speelt overigens bij verpachte landbouwgronden. Ook daar is sprake van een grote maatschappelijke waarde. Omdat langdurig verpachte landbouwgronden een duurzaam verdienmodel stimuleren. En zorgen voor het verantwoord gebruiken van landbouwgronden. Ook hier dreigt nu te worden belast bij bijvoorbeeld vererving, maar ook hier zijn geen liquide middelen beschikbaar. Er kan vaak ook niet verkocht worden, omd at er sprake is van langdurige pachtcontracten.
- Ziet de staatssecretaris in dat dit tot grote financiële problemen kan leiden?
Een oplossing kan zijn om bij langdurig bezit de heffing te matigen. Of te werken met een afbouw van de heffing als onroerend goed langere tijd in bezit is.
- Welke oplossingen kan de staatssecretaris hier bieden?
Invoeringstoets
Deze wet wijzigt het stelsel van box 3 grondig, de gevolgen zijn groot. Die invoering moet heel goed gemonitord worden. Zeker omdat uit de Uitvoeringstoets blijkt dat de impact ingrijpend is en dat het risico op procesverstoringen groot is. Ook de Raad voor de Rechtspraak wijst op een substantiële stijging van de werklast. Ik snap dat je niet na een jaar al kunt evalueren. Maar een regelmatige invoeringstoets is volgens de SGP wel essentieel. Dat kan al snel na aanname van dit wetsvoorstel gebeuren. Bij de Wet toekomst pensioenen, ook een grote stelselwijziging, wordt regelmatig een invoeringstoets gedaan. Dat is belangrijk, om problemen en uitdagingen bij de invoering snel in beeld te krijgen. En om eventuele aanpassingen op tijd door te voeren.
- Is de staatssecretaris bereidt om regelmatig invoeringstoetsen te doen?
Ik overweeg een motie op dit punt.
Budgettaire opbrengst
Dit wetsvoorstel zou budgetneutraal moeten zijn, ten opzichte van het huidige stelsel. Op korte termijn is dat zo, als je de uitvoeringskosten meerekent. Maar op langere termijn is de flinke overdekking. Van maar liefst 1,9 miljard euro per jaar.
Daar komt nog bij dat de opbrengst vergeleken wordt met het oude stelsel.
Terwijl dat de Hoge Raad heeft gezegd dat dat oude stelsel in strijd was met het recht. Eigenlijk moet er dus vergeleken worden met het huidige, tijdelijk gerepareerde, stelsel. Kortom, dit wetsvoorstel zorgt voor een forse lastenverzwaring voor burgers.
- Waarom is niet gekozen voor een langere termijn waarin de budgetneutraliteit getoetst wordt?
- En waarom is niet besloten om na een bepaalde periode bijvoorbeeld het heffingsvrije resultaat te verhogen? Of het tarief te verlagen?
Daarnaast is de opbrengst van de nieuwe heffing zeer conjunctuurgevoelig.
In goede jaren is er een goede opbrengst, en andersom. Terwijl dat vooraf niet duidelijk is. Dat heeft grote gevolgen voor de inkomsten van het Rijk. En ook voor de begrotingsregels.
- Hoe ziet de staatssecretaris dit voor zich?
- Is aanvulling van de begrotingsregels hierbij nodig?
Administratie- en bewaarplicht
Dit wetsvoorstel introduceert ook een administratie- en bewaarplicht voor particulieren. Zij hebben op dit moment geen bewaarplicht. Voor veel mensen gaat dit wetsvoorstel dus extra werk opleveren, zeker omdat de termijn van de bewaarplicht zeven jaar is. Gelukkig geld voor mensen met alleen spaargeld bij Nederlandse banken deze bewaarplicht niet, omdat de Belastingdienst deze gegevens vrij eenvoudig kan opvragen bij banken. Wat de SGP betreft wordt deze administratie- en bewaarplicht zo lastenluw uitgewerkt. Het wetsvoorstel biedt namelijk een grondslag om deze plicht nader uit werken. Ook moet het voor belastingplichtigen zo makkelijk mogelijk worden gemaakt om aan de administratie- en bewaarplicht te voldoen.
- Is dat ook de inzet van de staatssecretaris?
Steeds meer gegevens financiële gegevens van belastingplichtigen kunnen door de Belastingdienst opgevraagd worden bij financiële instellingen, en dat zal alleen maar meer worden.
- Hoe houdt de staatssecretaris bij de uitwerking rekening met de toenemende gegevensdeling?
Sommige mensen hebben weliswaar vermogensbestanddelen waarvan de Belastingdienst niet automatisch gegevens krijgt. Maar soms is dat vermogen zo klein, dat op voorhand al te zien is dat er geen belasting verschuldigd is.
- Waarom is niet gekozen om in die gevallen de administratie- en bewaarplicht te laten vervallen?
- Of de verantwoordelijkheid daarvan bij belastingplichtigen te leggen en een generieke plicht te schrappen?