7 maart 2024

Flach over wijziging wet dieren

Op maandag 4 maart vond het Wetgevingsoverleg over de wijziging van de Wet dieren plaats. Namens de SGP sprak André Flach. Zijn bijdrage aan het overleg is hieronder te lezen.

Inleiding
Goede zorg voor de dieren die door de Schepper aan onze zorg zijn toevertrouwd is een verantwoordelijkheid van iedereen, zeker ook voor dierhouders.  De Bijbel geeft hier op verschillende plaatsen aanwijzingen voor. Al in het eerste hoofdstuk lezen we dat God de wilde dieren en het vee naar zijn aard geschapen heeft. Daar hebben we dus rekening mee te houden. De wijze Salomo zegt: de rechtvaardige kent het leven van zijn beest. Als de overheid bepaalde handelswijzen niet verbiedt, wil dat niet zeggen dat je als dierhouder ethisch verantwoord bezig bent. Iedere dierhouder moet in de spiegel blijven kijken.

De overheid is gehouden om dierenmishandeling aan te pakken en economische uitbuiting van dieren te voorkomen. Het verder verbeteren van dierenwelzijn is een samenspel tussen veehouderij, markt en overheid. We zijn samen verantwoordelijk, ook als consumenten. Annechien ten Have gaf als vooruitstrevende varkenshouder tijdens het rondetafelgesprek messcherp aan hoe lastig het is om te investeren in meer dierenwelzijn. Dat blijkt uit de vreemde paradox dat hoe meer je wettelijk regelt, hoe minder dit uit de markt betaald zal worden.

En voorzitter het is absoluut fnuikend voor het draagvlak als we dit te eenzijdig op het bordje van veehouders leggen en ondertussen de grenzen open houden voor import van producten uit landen waar het met welzijn minder nauw genomen wordt. De wereld gaat niet minder vlees eten als we in Nederland de wet aanpassen.  We moeten voorkomen dat minder dierwaardige veehouderijbedrijven in het buitenland het stokje overnemen. Wat we niet mogen produceren mogen we ook niet eten wat de SGP betreft. Werk aan de winkel dus in Europa en bij handelsverdragen.

Er liggen ook milieuopgaven die niet altijd samengaan met meer dierenwelzijn.
Dat maakt het voor veehouders wel lastig. Zeker als de consument voor een dubbeltje op de eerste rang blijft zitten.

De SGP wil onze veehouders aanmoedigen om voorop te lopen, maar tegelijk roepen we marktpartijen op dit wel zo te doen dat die veehouders dit ook mee kunnen maken.

Amendement Vestering
Dan naar het wetvoorstel en de nota van wijziging. De SGP kan het voorstel voor vervanging van het amendement-Vestering heel goed begrijpen. Slechte kwaliteit wetgeving legt de basis voor veel (potentiële) ellende, aldus de parlementaire enquêtecommissie afgelopen week. Het amendement is onwerkbaar. Het is strijdig met het lex certa-beginsel: wetgeving moet duidelijk zijn voor wie het aangaat. Dat is dit amendement volstrekt niet. De initiatiefnemer heeft deze onduidelijkheid later zelf onderstreept door mondeling gezelschapsdieren uit te zonderen. Het amendement is niet handhaafbaar, omdat de kaders onduidelijk zijn. Het legt de bal bij de rechter. Het amendement kan verstrekkende gevolgen hebben voor veehouders. Overgangstermijnen ontbreken.  Het amendement wringt met het uitputtend geregelde verbod op ingrepen via artikel 2.8. Wat betreft de verhouding Kamer en regering wil ik opmerken dat de Kamer als medewetgever zélf een drietal moties heeft aangenomen die ik lees als een pas op de plaats. Ze vragen om onderzoek naar de handhaafbaarheid, de Europeesrechtelijke kaders en natuurlijk gedrag. Kortom, de Kamer heeft zélf kanttekeningen geplaatst bij het aangenomen amendement. Nu uit die analyses bijvoorbeeld blijkt dat het amendement niet te handhaven is, vind ik het terecht dat de minister deze alternatieve route voorstelt.

Hij zou van mij zelfs een stap verder mogen gaan door de datum van 1 juli 2024 voor invoering van het amendement Vestering – mocht zijn alternatieve voorstel niet aangenomen worden – te schrappen. Er zou ten minste eerst zicht moeten zijn op een uitwerking ervan via het Besluit houders van dieren.

Voorstel minister - juridisch
De SGP begrijpt dus het alternatieve voorstel van de minister. Maar ook die roept nog wel verschillende vragen op. De nieuwe gedragsbehoeften-bepaling onder artikel 2.2 leest als een eigenstandige bepaling, waarop een handhavingsverzoek gebaseerd kan worden. Daarbij kun je na vaststelling van de gedragsbehoeften nog steeds verschillende kanten op wat betreft consequenties op het boerenerf.  Tegelijkertijd zijn er de regels in het Besluit houders van dieren op basis van het tiende lid van artikel 2.2. Hoe zit dat? Is niet een directe koppeling tussen tiende en twaalfde lid nodig? Anders gezegd: hoe zorgen we ervoor dat een veehouder ook met het twaalfde lid veilig is voor handhavingsverzoeken als hij voldoet aan het Besluit houders van dieren?

In het verlengde van voorgaande:
Als de gedragsbehoeften per diersoort zijn vastgesteld, is nog niet duidelijk wat dit precies betekent op het boerenerf.  Hoe ziet het vervolg eruit? Wanneer zijn veehouders verplicht om in actie te komen, op basis waarvan? Hoe gaat de regering het overgangsrecht juridisch vormgeven? Even concreet: stel dat als gedragsbehoefte ‘exploratie en buitenuitloop’ wordt vastgesteld, dan heeft dat nogal wat gevolgen. Voor een deel van de veehouders is dit nu niet uitvoerbaar, nog los van dierziekterisico’s en fijn stof uitstoot. Hoe ziet de minister dit dan voor zich? De minister wijst zelf op de spanning tussen buitenuitloop en eventuele gezondheidsrisico’s hierbij. Op welk niveau wordt een afweging gemaakt? In hoeverre worden nieuwe eisen gekoppeld aan renovatie en/of nieuwbouw? En als dat zo is, hoe gaan we dan voorkomen dat veehouders voor emissiereductie noodzakelijke aanpassingen gaan uitstellen?

Ik heb op basis van voorgaande overwegingen een amendement ingediend, samen met collega Vedder. We willen de rechtszekerheid van veehouders borgen door de uitwerking expliciet te koppelen aan het Besluit houders van dieren en ervoor te zorgen dat redelijke overgangstermijnen gehanteerd worden, in lijn met de randvoorwaarden uit het convenantstraject.

Voorzitter, ik kom ook nog even terug op de vreemde paradox die ik in het begin noemde, namelijk dat alles wat je wettelijk regelt niet meer betaald wordt vanuit de markt en dus de voortgang juist afremt. De SGP vindt het verstandig dat de minister eventuele maatregelen geleidelijk, in enkele blokken wil invoeren. Maar het viel ons op dat bij de maatregelen voor de tweede stap, die aan een nieuw kabinet zijn, nu al jaartallen worden genoemd, waarvan een aantal al zeer dichtbij liggen. Dat vinden we onverstandig. Het nieuwe kabinet gaat daarover, de convenantspartijen gaan daar nog over spreken en het belangrijkste: die getallen gaan een eigen leven leiden, de kans is groot dat de markt er dan al niet meer voor wil betalen. Dat remt de voortgang. Ik vraag de minister daarom de concrete jaartallen uit de maatregelenlijst voor de tweede stap te halen.

Voorstel minister - inhoudelijk
Ik wil graag ook inhoudelijk doorvragen op het aanwijzen van gedragsbehoeften. De minister schrijft dat hij verder wil gaan dan essentiële gedragsbehoeften die bij het ontbreken ervan het dierenwelzijn aantoonbaar schaden.  Dieren hebben volgens hem recht op kwaliteit van leven: ze moeten een ‘positieve emotionele toestand’ kunnen ervaren. De vraag is hoever de overheid hierin moet gaan. Je hebt een objectieve kant, maar ook een subjectieve kant. Een gedragsbehoefte als ‘exploratie’, hoe ver strekt die?
Wat de een voldoende vindt, vindt de ander onvoldoende. De minister vindt het bijvoorbeeld belangrijk dat dieren keuzevrijheid hebben hoe en wanneer zij in gedragsbehoeften voorzien. Dan gaat het toch wel wat kriebelen. Je krijgt een beetje de indruk dat dieren meer keuzevrijheid krijgen dan mensen. Maar dat zal zo niet bedoeld zijn. Graag een toelichting.

Ik wijs ook op de mogelijke spanning tussen verschillende gedragsbehoeften. Neem de gedragsbehoefte ‘maternaal gedrag’, ofwel moederzorg. Dit raakt aan de kalf bij de koe discussie. Een deel van de melkveehouders die na de geboorte de kalf bij de koe houden, is positief. Er zijn ook melkveehouders gestopt door slechte ervaringen: meer gezondheidsproblemen en stress als kalf en koe later alsnog gescheiden worden. Hoe wordt een gedragsbehoefte als maternaal gedrag gewogen tegen gedragsbehoeften als gezondheid en veiligheid?

Een ander concreet voorbeeld is het voorstel om al op korte termijn te verplichten dat kalfjes hooguit een week apart gehuisvest worden. Ze hebben tijd nodig om weerstand op te bouwen. Is het voor hun gezondheid niet beter om pas na twee weken in de groep te gaan?

En, hoe wordt het mogelijk vervelende karakter van een kortdurende ingreep gewogen tegen mogelijke welzijns- en gezondheidsrisico’s voor een langere periode? Ik wil waarschuwen voor overhaaste stappen.

Convenantstraject
De SGP hecht grote waarde aan het convenanttraject dierwaardige veehouderij. Hier wordt op een constructieve manier samengewerkt, waarbij een integrale aanpak voorop staat. Ik roep de minister en een volgend kabinet op deze handschoen verder op te pakken.

De convenantspartijen zijn glashelder: de stap naar meer dierwaardige houderijsystemen heeft randvoorwaarden wat betreft vergunningen, financiering, marktafspraken, overgangsregelingen en financiële ondersteuning. Dat is niet mis. En terecht. Hoe krijgen deze randvoorwaarden hun weerslag bij de uitwerking van de nota van wijziging? Ik heb ze in ieder geval meegenomen in mijn amendement.

De houtskoolschets van Wageningen leert dat eenmalig ongeveer vijf miljard euro nodig is voor aanpassing van stalsystemen en jaarlijks ruim een miljard euro. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat veehouders hun investeringen kunnen terugverdienen? Hoe gaat hij voorkomen dat door het verder aanscherpen van de wetgeving ketenpartijen hun handen ervan af trekken en niet de noodzakelijke meerprijs leveren? De convenantpartijen pleiten voor een gezaghebbende, onafhankelijke autoriteit die zorgt voor monitoring van de stappen die gezet worden, maar ook erop toeziet dat veehouders niet stelselmatig gehouden worden aan zaken die zij niet kunnen waarmaken, bijvoorbeeld omdat zij geen vergunning kunnen krijgen. Ze willen ook ruim veertig miljoen euro om de komende jaren aan de slag te gaan met onderzoek, pilots en koplopers. Hoe kijkt de minister aan tegen deze oproepen?

Voorzitter, alles afwegend zal de SGP zal het voorliggende wetsvoorstel, inclusief de nota van wijzigingen, steunen. Het is een genuanceerde balans tussen de belangen van mens en dier en dat spreekt ons aan. Dank u wel.