27 maart 2015

Geen gedwongen abortus

“Abortus is al erg genoeg, maar als zwangere vrouwen en meisjes daar ook nog eens toe gedwongen worden, dan moeten werkelijk alle alarmbellen gaan rinkelen.” Dat zegt SGP-voorman Kees van der Staaij in reactie op een bericht in De Telegraaf. In dat artikel is te lezen dat er zoveel druk werd uitgeoefend op een meisje dat haar kindje wilden houden, dat zij tegen haar zin alsnog besloot tot een abortus. 

De SGP heeft dit trieste voorval inmiddels voorgelegd aan minister Schippers van Volksgezondheid. Van der Staaij wil dat de regering gaat bevorderen dat vrouwen en meisjes, maar ook mensen in hun omgeving, betere en meer specifieke informatie krijgen over alternatieven voor abortus en het voorkomen van dwang. Ook ligt er een duidelijke taak voor artsen en verloskundigen om te onderkennen of er sprake is van drang of dwang.  

Van der Staaij: “Iemand dwingen tot een abortus is in strijd met de wet. Dat moet iedereen weten. Daarom wil ik precies horen hoe zulke dwang aangepakt kan worden. Het komt vaker voor, maar ook al zou dit het enige voorbeeld zijn, dan zal dit ook de regering ervan moeten doordringen dat we echt op de verkeerde weg zitten. De SGP zal er in ieder geval niet in berusten dat dit soort situaties nog steeds bestaan in Nederland.”


Schriftelijke vragen van het lid Van der Staaij (SGP) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het dwingen van vrouwen om een abortus te plegen.

  1. Hebt u kennis genomen van het bericht ‘Mam… ze is zwanger’
  2. Is het op enigerlei wijze onder druk zetten van een vrouw om een abortus te plegen in Nederland toegestaan?
  3. Bent u met ons van mening dat onder druk zetten van een zwangere vrouw om een abortus te plegen, zeer ongewenst is en met alle mogelijke middelen tegengegaan moet worden?
  4. Op welke wijze is het in Nederland precies strafbaar gesteld om een zwangere vrouw aan te zetten tot het laten weghalen van haar ongeboren kind? Welke strafbepalingen zijn hierop van toepassing?
  5. Kan er in een dergelijk geval sprake zijn van medeplichtigheid bij of het medeplegen van een abortus door degene die een ander door woorden of gedrag onder druk zet om een abortus te ondergaan?
  6. In hoeverre maakt het voor de strafbaarheid uit of er sprake is van een gezagsrelatie tussen degene die aanzet tot een abortus en de zwangere vrouw? Geldt een dergelijke omstandigheid als een strafverzwarende omstandigheid?
  7. Hoe gaat het Openbaar Ministerie om met gevallen waarin sprake is of lijkt te zijn van abortus onder druk, dreiging of dwang door de partner, ouders of omgeving van vrouwen die zwanger zijn?
  8. Bent u met ons van mening dat het onderkennen dat er sprake is van druk om een abortus te ondergaan een belangrijke taak is voor artsen, verloskundigen, maatschappelijk werkers of abortusklinieken die zwangere vrouwen begeleiden en dat in een dergelijk geval nooit tot een abortus overgegaan mag worden?
  9. Bent u bereid maatregelen te nemen om via voorlichting, het bieden van alternatieven of op een andere wijze te bevorderen dat tot het uiterste wordt voorkomen dat er in Nederland sprake is van gedwongen abortussen?
  10. Vindt er vanuit de overheid specifieke voorlichting plaats richting ouders om hun kinderen te steunen bij een onbedoelde zwangerschap?