22 juni 2026

Kamervragen noodsituatie kraamzorg

SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelt samen met zijn collega's Sarah Dobbe (SP), Mirjam Bikker (ChristenUnie), Rachel van Meetelen (PVV), Corrie van Brenk (50PLUS) en Lisa Vliegenthart (PRO) Kamervragen aan minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) over de noodsituatie in de kraamzorg. De Kamervragen zijn hieronder te lezen.

  1. Bent u op de hoogte van de situatie in Utrecht en Zuid-Limburg waarbij hoogzwangere vrouwen hun eerder toegezegde kraamzorg alsnog verliezen?
  2. Kunt u zich voorstellen welke onzekerheid dit teweeg brengt bij zwangere vrouwen?
  3. Hoe kan het gebeuren dat vrouwen zo kort voor de bevalling te horen krijgen dat reeds toegezegde kraamhulp toch niet beschikbaar is?
  4. Bent u het ermee eens dat een dergelijke gang van zaken onaanvaardbaar is en vanaf nu voorkomen moet worden? Zo ja, wat gaat u daaraan doen? Zo nee, waarom niet?
  5. Welke verantwoordelijkheid hebben kraamzorgorganisaties wanneer zij eerder toegezegde zorg niet meer kunnen leveren?
  6. Hoe wordt voorkomen dat door deze gang van zaken de kwaliteit en veiligheid van de zorg voor moeder en kind in gevaar komen?
  7. Kunt u in het bijzonder toelichten wat er wordt gedaan om te voorkomen dat juist kwetsbare vrouwen en gezinnen de komende zomer geen toegang hebben tot kraamzorg?
  8. Kunt u aangeven hoe zorgverzekeraars hun zorgplicht in deze situatie hebben ingevuld?
  9. Kunt u garanderen dat vrouwen die op deze manier noodgedwongen in een kraamhotel terecht komen niet met extra kosten (voor bijvoorbeeld vervoer of verblijf) te maken krijgen? Als dit onverhoopt wel het geval is, worden deze gezinnen hiervoor gecompenseerd door de zorgaanbieder of de verzekeraar?
  10. Welke ondersteuning krijgen gezinnen die geen gebruik kunnen of willen maken van een kraamhotel?
  11. Zijn bij u signalen bekend dat dit ook in andere regio’s speelt?
  12. Kunt u toelichten welke (regionale) afspraken er zijn gemaakt om te garanderen dat elke vrouw de kraamzorg krijgt waar zij gewoon recht op heeft?
  13. Bieden deze afspraken naar uw overtuiging voldoende zekerheid voor vrouwen?
  14. Hoe wordt de regionale ongelijkheid aangepakt nu sommige delen van Nederland blijkbaar met méér tekorten kampen dan andere?
  15. Bent u bereid om op korte termijn extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor verbetering van arbeidsvoorwaarden in de kraamzorg, waaronder salaris en wachttijden?
  16. Kunt u inmiddels verduidelijken of wachtdiensten van kraamverzorgenden als arbeidstijd of als rusttijd moeten worden aangemerkt en dienovereenkomstig beloond moeten worden?
  17. Waarom ontbreekt er nog steeds een serieuze aanpak van de crisis in de kraamzorg, gezien het feit dat kraamverzorgenden en de Tweede Kamer hier kéér op kéér toe hebben opgeroepen? Kunt u inzichtelijk maken wat u hebt gedaan met alle eerdere aanbevelingen om de noodsituatie in de kraamzorg snel aan te pakken, van begin tot eind, van opleiding tot vergoedingen voor reizen en wachten?
  18. Hoe staat het inmiddels met de uitvoering van de moties Dijk/Dobbe (Kamerstuk 29 689, nr. 1309), Bikker c.s. (Kamerstuk 36 800 XVI, nr. 138), Dobbe/Diederik van Dijk (Kamerstuk 32 279, nr. 275), Diederik van Dijk c.s. (Kamerstuk 32 279, nr. 279), Coenradie (Kamerstuk 32 279, nr. 285) en Rachel van Meetelen/Diederik van Dijk (Kamerstuk 32 279, nr. 289)? Ziet u in dat uw aanpak tot nu toe niet voldoet aan de oproepen van de Tweede Kamer?