13 april 2026

Kamervragen taaladviezen Fiom abortus

Naar aanleiding van de mediarichtlijn van Fiom om de abortuspraktijk in Nederland nóg verder te normaliseren stellen Tweede Kamerleden Diederik van Dijk (SGP), Femke Wiersma (BBB) en Mirjam Bikker (CU) schriftelijke Kamervragen aan minister Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De Kamervragen zijn hieronder te lezen.

  1. Heeft u kennisgenomen van de nieuwe Fiom-mediarichtlijn en bijhorende adviezen over taalgebruik over abortus?
  2. Is het ministerie van VWS van plan om deze mediarichtlijn en taaladviezen van Fiom ook te gaan gebruiken?
  3. Kunt u bevestigen dat deze mediarichtlijn en taaltips tot stand zijn gekomen met subsidie van het ministerie van VWS? Zo ja, aan welke voorwaarden moet deze communicatie voldoen qua objectiviteit en neutraliteit?
  4. Deelt de minister de opvatting dat het document van Fiom niet neutraal en feitelijk is, zoals het pretendeert te zijn?
  5. Erkent u dat het vermijden van bepaalde woorden kan bijdragen aan het verdoezelen van de morele zwaarte van abortus?
  6. Acht u het wenselijk dat door de overheid gefinancierde organisaties taal voorschrijven die bepaalde morele perspectieven op het ongeboren leven uitsluit en afkeurt?
  7. Wat vindt u ervan dat volgens Fiom niet gesproken mag worden over ‘pro-life’, maar enkel over ‘anti-abortus’? Is dit volgens u een neutraal en feitelijk advies?
  8. Erkent u dat ‘pro-life’ een internationaal zeer gangbare zelfbenaming is?
  9. Hoe waarborgt u dat er ruimte blijft voor verschillende levensbeschouwelijke visies in het maatschappelijk debat?
  10. Wat vindt u ervan dat Fiom adviseert om geen gebruik te maken van de termen ‘baby’, ‘ongeboren kind’, ‘ongeboren leven’ en ‘meisjes of jongetjes’? Is dit volgens u een neutraal en feitelijk advies?
  11. Zo ja, kunt u uitleggen waarom een ongeboren kind geen ‘baby’, ‘meisje’ of ‘jongetje’ mag worden genoemd, terwijl deze in brede maatschappelijke kring zeer gangbaar zijn?
  12. Hoe verhoudt het advies om geen gebruik te maken van de term ‘ongeboren leven’ zich tot het feit dat de term ‘ongeboren leven’ twee keer letterlijk wordt genoemd in de Wet afbreking zwangerschap (artikel 5, tweede lid, onderdeel b en artikel 6a, derde lid, onderdeel b)?
  13. Wat vindt u ervan dat Fiom adviseert om niet te spreken over ‘abortus plegen’ omdat dit suggereert dat abortus een misdaad is? Erkent u dat abortus in het Wetboek van Strafrecht staat en in Nederland enkel is toegestaan vanwege de uitzondering die de Wet afbreking zwangerschap daarop biedt?
  14. Op basis van welke wetenschappelijke bronnen stelt Fiom dat het “post-abortus syndroom” niet bestaat?