10 juni 2026
Nederlandse inzet in het buitenland
De Tweede Kamer debatteerde op woensdag 10 juni in commissieverband over Raad Buitenlandse Zaken. Lees hieronder de bijdrage van SGP-Fractievoorzitter Chris Stoffer.
Ook vanavond dalen er opnieuw raketten neer op Oekraïense steden. Elke aanval op een woonwijk herinnert ons aan de enorme menselijke tol die deze oorlog eist.
Tegelijk zien we een verdere escalatie in het conflict, waarbij Oekraïne ook doelen diep in Rusland raakt, tot in de regio Moskou.
Het ontregelen van luchthavens en beschadigen van olieraffinaderijen juist híer is alleszins verdedigbaar, omdat het de binnenlandse kosten van Ruslands oorlog verder opdrijft. Zo komt het ‘sociaal contract’ tussen het Kremlin en de stedelijke middenklasse verder onder druk te staan, waardoor het verzet tegen verdere militaire mobilisatie kan toenemen. De SGP steunt de bijdrage van het kabinet aan het voortbestaan van Oekraïne.
In het coalitieakkoord wordt gesproken over het versterken van Europese inlichtingen¬samenwerking naar het model van de Five Eyes, de Angelsaksische alliantie.
- Hoe staat het met de uitwerking hiervan, en welke rol kunnen de Oekraïense diensten daarin spelen gezien de bestaande samenwerking in de oorlog met Rusland?
- Als dit naar het oordeel van de minister meer iets is voor het schriftelijk overleg MIVD, dan hoor ik dat ook graag, maar ik breng het graag op in het licht van het huidige Duitse staatsbezoek en eerdere uitspraken van de Duitse Defensieminister die bij Five Eyes aan het E5-verband denkt: hoe blijft Nederland hierbij aangehaakt, en is dit ook onderwerp van gesprek in de marge van het staatsbezoek?
De Raad spreekt naar verwachting ook over de betrekkingen met China. Chinese staatsbedrijven en aan de Communistische Partij gelieerde entiteiten moeten geweerd worden uit onze vitale infrastructuur en strategische sectoren.
Je moet er toch niet aan denken dat een Chinese partijfunctionaris met één druk op de knop de kranen in de haven in Rotterdam kan stilzetten?
- Welke ontwikkelingen ziet de minister rondom eigendom en concessies van Europese havens. Geven die aanleiding tot extra waakzaamheid voor het specifieke risico dat extra containerterminalcapaciteit in Rotterdam in handen komt van een Chinees staatsbedrijf?
Gezien de wederzijdse economische verwevenheid is volledige ontkoppeling van China óók niet realistisch. Juist daarom is van belang om gericht risico’s te verminderen en strategische afhankelijkheden te voorkomen. Zo moeten we voor onze grondstoffenvoorziening nog meer en directer zakendoen met Afrikaanse landen en middelmachten zoals Australië en Canada. Daarnaast is het van belang dat Nederland zelf meer investeert in zijn eigen strategische industrieën, zoals de chipindustrie, het maritieme cluster en radartechnologie.
- Graag hoor ik van de minister wat de Nederlandse inzet is bij de totstandkoming van nieuw EU-handelsbeleid richting China. Anders gevraagd: hoe brengt het kabinet concurrentiekracht, nationale veiligheid en weerbaarheid met elkaar in balans?
Tot grote opluchting van de SGP is de Raad eerder niet akkoord gegaan met het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord.
- Mag ik aannemen dat het kabinet zijn vruchteloze pogingen staakt, en niet langer deel wil uitmaken van de beruchte kopgroep met Spanje en Ierland?
Deze minister kan zo veel beter – dit land kan zo veel beter! Willen we ons schaarse politieke kapitaal in Brussel nu werkelijk stukslaan op verdere verwijdering van onze trouwste bondgenoot in het Midden-Oosten?
Ik wil hier niet opnieuw de inhoudelijke discussie voeren over het importverbod van producten uit de Westelijke Jordaanoever. De SGP blijft hier principieel tegen: het is schadelijk voor zowel Israëli’s als Palestijnen, wiens werk en inkomen geraakt wordt.
Wel vragen wij aandacht voor de begripsverwarring die ontstaat wanneer de minister-president in algemene termen spreekt over ‘economische activiteiten’ die zouden bijdragen aan wat het kabinet de bezetting noemt. Ook in de media wordt soms gesproken over een ‘handelsverbod’, terwijl het nadrukkelijk gaat om een importverbod – en dat is al erg genoeg!
- Ik ga daarbij niet uit van kwade wil, maar zou wel graag de toezegging krijgen dat het kabinet voortaan consequent en precies spreekt over een ‘importverbod’.
Zo kan niet onbedoeld de indruk ontstaan dat sprake is van een generiek handelsverbod, waarbij Nederlandse bedrijven ook zou worden verboden om producten uit te voeren. Dankuwel!