17 december 2015

Palliatieve zorg

Voorkom ziekenhuisopnames met recht op casemanager palliatieve zorg.

Als palliatieve zorg niet goed op elkaar afgestemd is, worden mensen in de laatste levensfase te vaak onnodig in het ziekenhuis opgenomen, zo bleek recent uit een bericht op Skipr. Zogenaamde ‘casemanagers’ zijn nodig om alle zorg op elkaar af te stemmen. Kees van der Staaij stelt daarom voor om stervenden het recht te geven op zo’n casemanager, zoals nu. Hij heeft hierover samen met de ChristenUnie en 50Plus vragen gesteld aan staatssecretaris Van Rijn.

“De laatste jaren is er terecht veel aandacht voor de inzet van casemanagers bij mensen met dementie, omdat aangetoond is dat de patiënt hiermee betere zorg krijgt,” vertelt Van der Staaij. “Ik vind het winst dat Van der Plas in haar proefschrift nu aantoont dat de casemanager óók bij palliatieve zorg een belangrijke meerwaarde heeft in de ondersteuning aan de patiënt en diens mantelzorgers. Omdat er knelpunten zijn bij de financiering van de casemanager voor palliatieve zorg, roep ik de staatssecretaris op hier een oplossing voor te vinden. Het zou mooi zijn als de casemanager palliatieve zorg - net als bij dementie –als aparte aanspraak opgenomen wordt in de Zorgverzekeringswet.”
Ook vindt Van der Staaij dat staatssecretaris Van Rijn meer werk moet maken van de inzet van een casemanager bij andere levensbedreigende ziektebeelden dan kanker. “De palliatieve zorg is in Nederland met name gericht op patiënten met een oncologische aandoening,” constateert hij al langere tijd. „De Kamer steunde al in 2011 een voorstel van mij om te werken aan de verbreding van palliatieve zorg, maar blijkbaar is er nog steeds een wereld te winnen.”


“Voor een casemanager is palliatieve zorg dagelijks werk,” licht de net gepromoveerde Annicka van der Plas van het VU Medisch Centrum het belang van deze functie toe. “Juist als langere tijd gespecialiseerde palliatieve zorg nodig is, kan de casemanager eraan bijdragen dat mensen thuis kunnen blijven wonen, en uiteindelijk thuis kunnen sterven.”
Angelique de Wit, adviseur van Fibula, de landelijke organisatie van alle palliatieve zorgnetwerken in Nederland, is daarom blij met de vragen aan staatssecretaris Van Rijn: “Ik hoop dat deze vragen eraan bijdragen dat casemanagers snel en adequaat kunnen inspelen op de zorgvraag van patiënt in de laatste levensfase en diens mantelzorgers.”

Vragen van het lid van der Staaij (SGP), Dik-Faber (ChristenUnie) en Krol (50 Plus) aan de staatssecretaris van VWS over het bericht 'Minder ziekenhuisopnames door casemanager palliatieve zorg'

  1. Heeft u kennis genomen van het bericht 'Minder ziekenhuisopnames door casemanager palliatieve zorg'  en het promotieonderzoek waar in dit artikel naar wordt gerefereerd?
  2. Deelt u de conclusie van de onderzoeker dat de begeleiding van een casemanager een duidelijke meerwaarde heeft voor patiënten en hun naasten in de palliatieve fase, aangezien patiënten die thuis ondersteuning krijgen van een casemanager palliatieve zorg vaker thuis overlijden en minder vaak in het ziekenhuis dan patiënten zonder casemanager? Welke factoren zijn volgens u van belang om een initiatief casemanagement palliatieve zorg succesvol te laten zijn?
  3. Op welke manier wordt casemanagement bij palliatieve zorg op dit moment georganiseerd? Hoeveel initiatieven casemanagement palliatieve zorg zijn er op dit moment?
  4. Bent u ermee bekend dat er knelpunten zijn bij de financiering van de casemanager? Kunt u deze knelpunten in kaart brengen? Welke mogelijkheden ziet u om de knelpunten weg te nemen? Welke lessen kunt u daarbij trekken uit de organisatie van casemanagement bij dementie, waarbij de Kamer bij meerderheid heeft uitgesproken om de casemanager dementie als aparte aanspraak op te nemen?
  5. Bent u bereid te bevorderen dat er in het hele land meer casemanagers ingezet worden in de palliatieve fase, zodat thuiswonende patiënten nog meer dan nu de juiste zorg ontvangen?
  6. Wat vindt u ervan dat nog steeds bijna alle patiënten die werden verwezen naar een casemanager kanker hadden, terwijl er volgens de onderzoeker ook patiënten met andere levensbedreigende ziekten behoefte kunnen hebben aan de begeleiding van een casemanager?
  7. Hoe verhoudt zich het antwoord op de vorige vraag met de opdracht in de aangenomen motie Van der Staaij, Wiegman-van Meppelen Scheppink en Wolbert , waarin de regering gevraagd werd om actief te werken aan de verbreding van palliatieve zorg naar meerdere ziektebeelden? Wat heeft u sinds de aanvaarding van deze motie gedaan om goede palliatieve zorg mogelijk te maken voor andere patiëntengroepen, zoals mensen met COPD en dementie? Tot welke resultaten hebben uw inspanningen inmiddels geleid?
  8. Ziet u op basis van het proefschrift meer mogelijkheden om verder uitvoering te geven aan de motie, zodat de reikwijdte van de casemanager verbreed wordt? Zo ja, hoe gaat u daaraan werken?