6 februari 2014

Perspectief voor Groningen

 Plenair debat - Gaswinning Groningen
5 februari 2014
SGP – Elbert Dijkgraaf

Als ik door mijn oogharen naar alle onderzoeksrapporten kijk, moet ik denken aan Blaise Pascal. Deze wetenschapper zei: ‘Wij zoeken de waarheid en vinden slechts onzekerheid.’ Zo ook in de kwestie Groningen. Ondanks al het modelleergeweld weten we nog weinig over het toekomstige gedrag van de Groningse bodem. Dat is frustrerend en zeker voor veel inwoners van Groningen beangstigend. Hoe moeten we nu met deze onzekerheid omgaan?     

Het kabinet blijft dicht bij de adviezen van de commissie Meijer en het Staatstoezicht. Dat wil ik positief waarderen. De SGP heeft nog wel verschillende zorgpunten.

Hoe groot is de onzekerheid? NAM, TNO en KNMI komen voor de komende jaren uit op een Richter-maximum van 4,1 met een kans van ongeveer 10% op een zwaardere beving. Andere experts laten echter zien dat de afgelopen 20 jaar sprake is geweest van een duidelijke exponentiële stijging van het aantal bevingen, zonder direct verband met de jaarlijkse productiesnelheid. Als dat doorzet  hebben we de komende jaren te maken met meer dan een verdubbeling van de kans op zwaardere bevingen. Hoe zit de werkelijkheid nu echt in elkaar? Volgens mij kunnen we niets uitsluiten. 

De voorgestelde reductie van de gasproductie bij Loppersum zorgt volgens de NAM voor grotere drukverschillen in het Groningen veld. Verder krijgt de NAM ruimte om op andere locaties de productie met 2,5 miljard m3 te verhogen. Wat zijn de risico’s hiervan? We kregen het signaal dat de reductie bij Loppersum zou kunnen leiden tot meer horizontale in plaats van verticale bodemverplaatsingen met mogelijk consequenties van dien. Hebben we deze risico’s voldoende in beeld? Zo niet, is het dan wel verstandig om de drukverschillen nog eens te vergroten door hogere gasproductie in andere clusters toe te staan? 

Het Staatstoezicht is opmerkelijk kritisch over het aangepaste winningsplan. De NAM heeft de bepaling van het seismisch risico niet goed gedaan. Ook is de analyse van de invloed van de gasproductie op de seismische activiteit niet valide door selectieve model- en parameterkeuzes. Hoe kan het dat de NAM, ondanks de betrokkenheid van allerlei experts, deze steken heeft laten vallen? Dat biedt niet veel vertrouwen. Hoe wordt voorkomen dat de komende tijd risico’s weg gerekend worden?

Voorzitter, hoe was het mogelijk dat de NAM vorig jaar een grote hoeveelheid extra gas  heeft geproduceerd? Blijkbaar neemt de NAM alle ruimte die haar gegeven wordt. Hoe gaat dat de komende maanden? Het zal nog een aantal maanden duren voor het kabinetsbesluit door de juridische procedure heen is. De NAM heeft dan haar handen vrij. Waarom neemt de minister niet nu al een besluit op grond van artikel 50 van de Mijnbouwwet? Dat bijt niet met de winningsplan-procedure en geeft Groningen meer zekerheid.   

De minister reserveert bij voorbaat geld voor schadeherstel. Een goede stap. Tot op heden krijg ik de indruk dat de NAM het onderste uit de kan wil hebben en weinig toeschietelijk is. Zo moet het niet. De SGP wil een ruimhartige financiering van het schadeherstel. Ik vraag de minister om eerder 10% boven het schadebedrag te gaan zitten dan 10% eronder. Gaat de minister inderdaad voor een ruimhartige in plaats van krenterige financiering zorgen?

Cruciaal is een voortvarende versterking van kwetsbare gebouwen. De Technische Commissie Bodembeweging gaf aan dat zij bij het tijdschema van de NAM een gebrek aan urgentiegevoel proeft. Het is daarom goed dat de minister de uitvoering door wil schuiven naar een professionele externe organisatie. De minister waarschuwt voor lange vergunningprocedures bij de versterking van gebouwen. Daar zitten we niet op te wachten. De minister oppert de mogelijkheid dat er een projectgroep van ambtenaren komt die wordt belast met de beoordeling van de vergunningen. Gaat hij hier in overleg met de betrokken overheden actief werk van maken? Verder gaat veiligheid voor vleermuizen. Wil de minister werk maken van een generieke vrijstelling van onderzoeken in het kader van de Flora- en Faunawet?

Er moet ook snel werk gemaakt worden van de versterking van kwetsbare dijken. Een deel van de waterkeringen voldoet nu al niet aan de reguliere normen, nog los van de extra bevingsrisico’s. Hier wordt 100 miljoen voor uitgetrokken. Maar, het op sterkte brengen van waterkeringen, ook die in Groningen, valt onder Deltaprogramma en Deltafonds. Zou hier geld naar voren geschoven kunnen worden? Dan kan deze minister wellicht meer geld vrijspelen voor versterking van gebouwen. Welke ruimte zit hier nog?

Tot slot. Groningen dringt aan op langjarige continuering van de afspraken tussen betrokken overheden en de NAM. Die horizon is nu heel beperkt, 5 jaar. Om een begin te maken met het herstel van vertrouwen is commitment nodig voor een veel langere periode. Wil de minister daar werk van maken, zodat Groningen, indien nodig, ook over 10 of 20 jaar op steun van het Rijk kan rekenen?