27 mei 2026
Politieke krokodillentranen over thuisonderwijs
De commissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap debatteerde op woensdag 27 mei met minister Sterk (langdurige zorg, jeugd en sport) en staatssecretaris Tielen (onderwijs en emancipatie) over het onderwerp passend onderwijs. Lees hieronder de bijdrage van SGP-voorman Stoffer.
Recent hebben we een maanmissie kunnen volgen. De missie kende spannende risico’s, maar was ook tot in de puntjes voorbereid. Het doel was helder en het team was er klaar voor. Nu wil ik de inzet voor inclusief onderwijs niet vergelijken met een ruimtereis. Laten we in de onderwijspolitiek vooral dicht bij de grond blijven. Toch kunnen we er wel van leren. Wie op missie gaat moet weten wat het doel is, wat de strategie en met welk team je de opdracht gaat klaren. Vanuit dat perspectief heeft de SGP grote vraagtekens bij de missie inclusief onderwijs. De ambitie is mooi en bijna zo groot als een maanreis. Toch kan die politieke droomreis voor de echte onderwijsmensen juist een nachtmerrie worden. Laten we ook niet vergeten dat de regering bij de implementatie van het VN-gehandicaptenverdrag bewust koos voor passend onderwijs en niet voor inclusief onderwijs.
Doel
Wie leest wat het doel is van inclusief onderwijs krijgt bijna de indruk in een educatieve heilstaat te belanden. Als politicus moet je dan oppassen, zeker als de afweging van problemen en oplossing onduidelijk is. Hoe komt het toch dat we weer druk aan de slag gaan met allerlei structuren en fusies, terwijl het rapport-Peters juist de nabijheid bij leerlingen benadrukt? En, een fundamentele vraag, kan het ook zo zijn dat de zaken die we overhoop halen nog erger zijn dan de evidente problemen die we nu hebben? Ook de bedoeling van de inclusieve onderwijswereld is vaag. Hoe gaan we bijvoorbeeld bepalen of kinderen dichtbij huis volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving? Wanneer krijgen we daarvoor een criterium en een nulmeting? En waarom is een landelijke norm voor basisondersteuning eigenlijk nog nodig als elke leerling straks op elke school in de buurt terecht kan?
De SGP vindt het een gemiste kans dat het rapport van de Onderwijsraad over welzijn en onderwijs niet is meegenomen in de voortgangsbrief. Dit rapport raakt namelijk de diepste fundamenten van de enorme uitdaging waar scholen mee worstelen in het passend onderwijs en bepaalt ook wat een serieuze oplossing is. Gaat de kabinetsreactie op dit advies uitdrukkelijk de brug slaan naar de ambitie om de pedagogische basis in scholen te versterken en meer te oog te hebben voor de gemeenschap in plaats van het individuele zorg op indicatie?
Route
De SGP vindt het hoogst opmerkelijk dat we uit een bijzin in een bijlage de opheffing van de samenwerkingsverbanden moeten concluderen. Een grondige onderbouwing voor deze radicale keuze ontbreekt eigenlijk helemaal. Hoe kan dit? Levert dit niet een groot risico op boemerangbeleid op, zoals Sharon Stellaard dat noemt, waarbij de overheid nauwelijks leert van de problemen in eerdere stelselwijzigingen? Deze keuze is best opvallend, want uit een andere bijlage blijkt dat tweederde tot driekwart van de samenwerkingsverbanden volgens de inspectie op orde is, terwijl 80 procent zich verbetert na een herstelopdracht. Vreemd is ook dat we in de komende jaren nog allerlei maatregelen gaan verspijkeren om de samenwerkingsverbanden te verbeteren, terwijl ze in de huidige vorm gaan verdwijnen. Geldt hiervan niet ook, zoals het kabinet zelf schrijft, dat dit weggegooide tijd en energie is? De SGP vindt het onverstandig om oude schoenen weg te gooien voordat er zelfs maar zicht is op nieuwe. We creëren nu maximale onzekerheid zonder duidelijk alternatief. Hoe reëel is het om te denken dat de nieuwe regionale ondersteuningsnetwerken niet ook met dezelfde problemen gaan kampen?
Team
Als het gaat om de toerusting van het team knippert bij inclusief onderwijs een alarmlicht. De vakbonden concluderen uit een grote peiling dat een kloof bestaat tussen beleid en praktijk: hoe verder men van de klas afstaat, hoe minder risico’s men ziet. Het beleid wordt uitgezet door mensen die niet voor de klas staan. De SGP heeft dat vorig jaar in den brede als probleem benoemd. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat het beleid niet slechts samen met het onderwijs wordt gemaakt, maar echt vanuit de werkelijkheid van de klas wordt uitgedacht? Komen er bijvoorbeeld concrete richtlijnen voor de verhouding leerkracht en ondersteuning ten opzichte van het aantal leerlingen, met de vereiste middelen?
Thuisonderwijs
Er zijn veel politieke krokodillentranen gehuild over zogenaamde zorg voor kinderen in het thuisonderwijs op grond van overtuiging. De werkelijkheid is dat de politiek dit onderwerp jarenlang bewust heeft verwaarloosd. OCW grossiert in wetsvoorstellen, maar verder dan een consultatie kwam het bij thuisonderwijs nooit. Wil de staatssecretaris haar rug rechten en er in naam van de rechtsstaat voor staan dat deze ouders en kinderen niet het slachtoffer worden van ons politiek geklungel door ze nu ineens halsoverkop naar school te laten jagen?