12 januari 2022

Schriftelijke vragen over Turkse militaire activiteiten in Noordoost-Syrië

“De herhaaldelijke en voortdurende Turkse beschietingen van noordoost-Syrië zijn niet alleen een gevaar voor de bevolking daar, maar hebben mogelijk ook gevolgen voor de Nederlandse militairen in die regio. Hier ligt een taak voor Nederland en de NAVO om de Turken bij te sturen. Dat klemt des te meer omdat religieuze minderheden als christenen en yezidi’s steeds verder in de knel komen.”

Dat zegt SGP-Kamerlid Chris Stoffer. De SGP heeft, samen met CDA en CU, over deze Turkse aanhoudende agressie schriftelijke vragen gesteld aan ministers Hoekstra van Buitenlandse Zaken en Ollongren van Defensie. Er zijn berichten over 47 grondaanvallen en 89 droneoffensieven op 58 dorpen in 3 districten waarbij in totaal 134 burgers, waaronder kinderen, werden verwond. Mede hierdoor houdt de vluchtelingenstroom naar Europa aan.

In de vragen dringt Stoffer aan op gesprekken met de Turken. De NAVO, waar Turkije nota bene lid van is, is daarvoor het meest aangewezen. “Ik maak me niet alleen zorgen over de gevolgen die de Turkse militaire aanvallen hebben voor de lokale bevolking, maar ook voor de Nederlandse militairen die in de regio zijn gestationeerd. Als we niets doen gaat daarvan een verkeerd signaal uit naar de Turkse regering. Ik hoop daarom, en ga daar ook vanuit, dat de nieuwe ministers hun verantwoordelijkheid direct oppakken,” aldus Stoffer.

---

Lees hier de schriftelijke vragen van SGP-Kamerleden Chris Stoffer en Kees van der Staaij die ze samen met Agnes Mulder (CDA) en Gert-Jan Segers (CU) hebben gesteld aan minister Hoekstra van Buitenlandse Zaken en minister Ollongren van Defensie over gewonde burgers als gevolg van Turkse militaire activiteiten in Noordoost-Syrië.

  1. Kent u het bericht “Four year old child loses leg in suspected Turkish attack”?
  2. Kunt u bevestigen dat Turkije recent militaire aanvallen pleegde op en rond de Syrische stad Kobani, en dat daarbij een dode en meerdere gewonden gevallen zijn, waaronder kinderen?
  3. In hoeverre kan met recht en reden gesteld worden dat het van Turkse zijde een legitieme militaire actie betrof, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van zelfverdediging tegen urgente (terreur)dreigingen van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK)?
  4. Klopt de bewering van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) dat in 2021 meer dan 134 burgers werden verwond tijdens 47 grondaanvallen en 89 droneoffensieven door Turkije op 58 dorpen in 3 districten in noordelijk Syrië? Zo ja, onder welk mandaat voerde Turkije deze aanvallen uit?
  5. Hoe verhouden de militaire presentie en militaire strategie van Turkije in noordelijk Syrië zich tot de strategie van NAVO-bondgenoten in de regio, onder meer inzake de strijd tegen IS?
  6. Hebben de Turkse militaire activiteiten in de regio consequenties voor de veiligheidssituatie in Noord-Irak, en voor de Nederlandse militaire inzet aldaar (Kamerstuk 27 925, 868)?
  7. Is er, al dan niet in NAVO-verband, sprake van structureel én vruchtbaar overleg met Turkije over de samenhang van militaire strategieën en doelen in Syrië, Irak en de bredere regio?
  8. Op welke wijze blijft Nederland zich in inzetten voor vervolgde religieuze minderheden, zoals yezidi’s en christenen, en voor leniging van de humanitaire nood in Syrië en Irak?