4 november 2026
Slagvaardige overheid vraagt meer verantwoordelijkheid voor burgers
De Tweede Kamer debatteerde op dinsdag 3 november plenair over de Begroting Binnenlandse Zaken. Lees hieronder de bijdrage van André Flach.
De Franse filosoof Alexis de Tocqueville schetst in zijn bekende werk over Amerika de trekken van een nieuwe vorm van despotisme waaronder burgers in de moderne democratie leven: “Boven hen torent een immense en beschermende macht uit die zich als enige belast met de zorg voor hun genietingen en het toezicht op hun lot. Zij is absoluut, nauwkeurig, regelmatig, vooruitziend en zachtmoedig. Zij zou op het vaderlijk gezag lijken als zij, evenals dat gezag, tot taak zou hebben de mensen voor te bereiden op de volwassenheid. Maar zij probeert juist niets anders te doen dan hen onherroepelijk in hun kindertijd vast te houden.”
De enorme stijging van het aantal Rijksambtenaren weerspiegelt de ontwikkeling dat we steeds meer van de landelijke overheid verwachten en burgers steeds minder op eigen benen laten staan. Wat doen we bijvoorbeeld als niet alle kinderen thuis een ontbijt krijgen voordat ze naar school gaan? We bellen 0900-Den Haag en regelen een subsidiepot. Wat doen we als studenten last hebben van het verfoeide leenstelsel en daarvoor al een beperkte vergoeding hebben gekregen? We bellen nog een keer 0900-Den Haag en keren een extra vergoeding uit. En wat deed de minister van BZK vorig jaar nog toen ze keuzes moest maken over het toch al uitgebreide systeem van antidiscriminatievoorzieningen? Ze belde zelf 0900-Den Haag en koos voor het meest ambitieuze scenario, met nieuwe wetgeving, een centrale organisatie en 5 miljoen extra kosten per jaar. Minister, hoe is dit te rijmen met de slagvaardige overheid? Gaat hij dit ook heroverwegen?
De SGP leest in de brief van de staatssecretaris dat de overheid vooral door slimmer en eenvoudiger te werken kleiner kan worden. Dat is een mooie gedachte, maar zonder beperking van taken gaan we de slag niet winnen. We zullen ook echt moeten snijden in goede bedoelingen. Kiezen vraagt inderdaad moed en dat gaat niet zonder pijn. Krijgt de Kamer daadwerkelijk scenario’s voor een brede heroverweging van de taken en het beleid van het Rijk? De SGP vindt het belangrijk dat de totale regeldrukkosten de komende jaren dalen. De regelgeving is vaak uniform en doet geen recht aan kleinschaligheid. Dat betekent te veel onnodige lasten en te weinig erkenning van verantwoordelijkheid. Wil de staatssecretaris in het kader van de 500-regelaanpak ook kijken of er een lichter regime mogelijk is voor ondernemers, scholen en zorgvormen met kleine schaal?
Lokale democratie
De lokale democratie verdient onze aanhoudende zorg, vooral het recht doen aan minderheden. Het geeft geen pas om denigrerend te spreken over de marges van de volksvertegenwoordiging. De marges dragen soms meer bij aan democratische legitimiteit dan arrogantie van de macht. In kleine gemeenten zien we dat het opwerpen van hogere drempels de evenredige vertegenwoordiging kan aantasten. Inmiddels blijkt uit onderzoek dat de verwachte winst van het wetsvoorstel restzetelverdeling nauwelijks optreedt. Daarmee is het hart en dus het bestaansrecht van dit toch al compacte wetsvoorstel verdwenen. Het voorstel is te gemankeerd om op te lappen. Waarom legt de regering het dan toch in de vrieskist in plaats van de stekker eruit te trekken?
Voor het functioneren van de gemeenteraad is het werk van commissieleden steeds belangrijker geworden. Er is inmiddels sprake van een wildgroei, ongelijkheid en onduidelijkheid die om meer bezinning vraagt. De regering erkent zelf dat commissieleden feitelijk ook raadswerk verrichten. Tegen die achtergrond is het gat tussen de wettelijke regeling van het raadslidmaatschap en het ontbreken van basale uitgangspunten over commissielidmaatschap erg groot. Ten aanzien van raadsleden kennen we bijvoorbeeld bepalingen over het ingezetenschap, onverenigbare functies, het aantal leden en hun benoeming. Bij commissieleden wordt dat allemaal aan de gemeentelijke verordening overgelaten en dat leidt in de praktijk tot allerlei knelpunten. Vindt de regering het vanuit het stelsel van de wet niet tijd om meer duidelijkheid te scheppen? Wil de minister dat verkennen?
Gemeentefinanciën
Voor gemeenten blijft het spannend of het Rijk vanaf volgend jaar echt bereid is meer middelen voor de huidige taken te geven. Gemeenten zijn inmiddels in relatietherapie met het Rijk, maar de verhouding blijft nog wat stroef. Kijk bijvoorbeeld naar de bekostiging van verkiezingen, een kerntaak in ons democratisch stelsel. In de afgelopen jaren ging er geen verkiezing voorbij of er was onenigheid over de kosten. Wat zegt het als we er over dit soort eenvoudige zaken al niet samen uit kunnen komen? Hoe gaat de minister een bestendige oplossing vinden? Wellicht is dat meteen een mooie opmaat naar nieuwe verhoudingen.