28 mei 2026
Tijd voor korte klappen op de woningmarkt
SGP-Kamerlid André Flach schreef een opinie-bijdrage in het Algemeen Dagblad over de woningbouw. Lees hieronder zijn opinie.
Jarenlange procedures, stroperige processen, woningbouwambities die pas over járen worden gehaald. Stikstofproblematiek. Netcongestie. Een snelle blik op de woningbouwopgave kan tot het idee leiden dat de woningnood een onoplosbaar probleem is. Terwijl er wel degelijk korte klappen te maken zijn.
Die snelle successen zijn hard nodig. Nederland is namelijk verworden tot een land van wachtrijen. Jongeren wachten op een starterswoning. Bouwers wachten op vergunningen. Ouderen wachten op een passende woning. Ontwikkelaars wachten op stikstofruimte.
Kleinschalige bouwlocaties
Maar er is wel degelijk veel mogelijk op korte termijn. Opeenvolgende kabinetten zetten in op grootschalige bouwlocaties. Er wordt zelfs gedroomd over tien nieuwe steden. Inderdaad, dat levert in de toekomst veel woningen op. Tegelijk spelen juist daar lange bezwaarprocedures en schier eindeloze vergunningstrajecten. Nog los van het feit dat dergelijke locaties grote investeringen in bijvoorbeeld mobiliteit en voorzieningen vergen.
Er moet veel meer aandacht komen voor kleinschalige bouwprojecten. Bouwend Nederland pleitte hier recent ook nog voor. Langs dorpen en kernen liggen legio kansen voor de bouw van tientallen woningen. Vaak kunnen deze relatief snel gebouwd worden. Zeker nu het concept ‘een straatje of wijkje erbij’ recent uitgebreid is tot maximaal 200 woningen, als gevolg van een aangenomen voorstel van de SGP. Ze dragen ook bij aan de vitaliteit van dorpen en kernen. Ze zorgen ervoor dat jongeren kunnen blijven wonen in het dorp naar hun wens. Het versterkt lokale gemeenschappen.
Crisiswet Bouwregelgeving
Er wordt al jaren gesproken over het verminderen van regels. Regels invoeren gaat als vanzelf, terwijl regels schrappen moeizaam is. Hier is veel meer politieke moed nodig. Ik pleit daarom voor een Crisiswet Bouwregelgeving.
Te vaak werkt wet- en regelgeving tegen. Terwijl duizenden Nederlanders geen betaalbare woning kunnen vinden, lopen bouwprojecten vast op de aanwezigheid van een zandhagedis. Maar ook worden regels vaak te strikt toegepast. Net als onkruidbestrijding in de tuin, vergt regelbestrijding voortdurende inzet. Zonder stevige aanpak blijft de volkshuisvesting overwoekerd door goedbedoelde maar verstikkende regels.
Lagere vraag
Voor het woningaanbod is gelukkig veel aandacht, voor de woningvraag nauwelijks. Zonder de vraag aan te pakken, blijft het dweilen met de kraan open.
Ik noem gezinsverdunning. Door allerlei oorzaken, zoals vergrijzing en echtscheidingen. Er wonen nu gemiddeld 2,10 mensen in een woning. In 1965 waren dat er nog 3,45. Sommige woningen worden zelfs nauwelijks gebruikt, omdat twee partners ervoor kiezen om twee woningen aan te houden. Daarnaast bouwen we met de hoge asielinstroom niet alleen voor huidige woningzoekenden, maar ook voor de toekomstige instroom.
Over deze trends blijkt een eerlijke discussie lastig te voeren terwijl de consequenties enorm zijn. De aanpak hiervan hoeft geen proces van lange adem te zijn. Maar vraagt wel een eerlijk debat en een daadkrachtige aanpak.
Aan de slag
Te veel focus op hardnekkige problemen, kan verlammend werken. Vooral inzetten op oplossingen die ver in de toekomst liggen, kan gemakzuchtig maken. Terwijl de politiek vandaag al kan beginnen met het stimuleren van kleinschalige bouwlocaties, het steviger aanpakken van de regeldruk en het beperken van de vraag. Woningbouw hoeft niet iets van de lange adem te zijn.