11 februari 2026
Vrijheid van onderwijs fundament Grondwet
De onderwijswoordvoerders van de Tweede Kamer debatteerde op woensdag 11 en donderdag 12 februari over de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Namens de SGP leverde Chris Stoffer een bijdrage. Zijn inbreng is hieronder te lezen.
“Ons onderwijs hunkert naar bezieling.” Hoogleraar Erik Borgman slaat met deze opmerking de spijker op zijn kop. Er is in de afgelopen jaren hard gewerkt aan de basisvaardigheden rekenen en taal. Dat was hard nodig, zeker voor de leerlingen die in hun eigen omgeving minder steun en kansen krijgen dan anderen.
Toch gaat onderwijs dieper dan alleen goede scores en maatschappelijke kansen. Leerlingen zijn meer dan hun lichaam en hun toekomstige status en portemonnee. Leerlingen hebben een ziel van onschatbare waarde.
Niemand heeft dit besef krachtiger uitgedrukt dan Jezus Christus, die ons indringend vraagt: “Wat baat het de mens als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt?” (Markus 8:36)
Omdat leerlingen een ziel hebben, heeft het onderwijs ook een ziel. Bezieling vraagt om vrijheid voor het onderwijs, want het raakt aan de diepste overtuiging van mensen. Daarom is het een terechte erkenning in het regeerakkoord dat de vrijheid van onderwijs een fundament is in onze Grondwet. Overigens vraagt die vrijheid ook heel concreet, zoals de inspectie benadrukt, dat de politiek moet gaan wieden in de overdaad aan wetten en wensen vanuit Den Haag.
Het recente advies van de Onderwijsraad over welzijn en onderwijs sluit naadloos aan bij de bevinding van Borgman. De Onderwijsraad stelt ook vast dat zingeving en welzijn in de afgelopen jaren heel vaak een individualistisch-mentaal karakter droegen. ‘Hoe wil ik mijn leven vormgeven en wat voel ik erbij?’ Het collectieve blijft onderbenut. Bezieling en zingeving doe je niet alleen in je uppie. Daar heb je bijvoorbeeld ook de gemeenschap van de school voor nodig met een eigen cultuur, overtuiging en waarden. De individuele leerling kan dit niet zomaar op de helling zetten met een beroep op de persoonlijke beleving. Neemt de staatssecretaris dit perspectief ook mee in de brief over artikel 1 en artikel 23?
Antisemitisme in het onderwijs
Het is onrustbarend dat het antisemitisme als ongedierte uit alle hoeken en gaten van de samenleving weer tevoorschijn komt. Ook in het onderwijs merken we dat, juist op de plek waar leerlingen de ernst van dit kwaad moeten leren. Het is dus best schrikken als je leest dat 38 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs te maken heeft met Holocaustbagatellisering of -verdraaiing. Het is in dat licht vreemd dat de inspectie nauwelijks meldingen krijgt over antisemitisme. Vindt de staatssecretaris ook dat dit aanleiding moet zijn voor de inspectie om hieraan zelf extra aandacht te besteden bij het themaonderzoek veiligheid in het jaarwerkplan 2026? Kan hij bevestigen dat geen sprake is van een schoolcultuur die in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat als in schoolklassen een sfeer van Holocaustverdraaiing en -bagatellisering hangt?
De situatie in het hoger onderwijs is nog urgenter. De Taskforce antisemitismebestrijding schrijft dat vele Joden zich met name op de campus van de instellingen niet meer veilig en welkom voelen. De taskforce roept bestuurders op om duidelijk en zichtbaar naast de Joodse minderheid te gaan staan, want dat is tot op heden te weinig gebeurd. Er zijn uitingen zichtbaar geweest die we gewoon niet willen zien op straat, ook niet op het terrein waar de vrije wetenschap het hoogste woord heeft. De SGP begrijpt dat het kabinet zorgvuldig over een reactie op het rapport wil nadenken. Kan de minister al wel bevestigen dat er echt een andere wind moet gaan waaien als we dit probleem bij de wortel willen aanpakken? We kunnen na dit signaal van de taskforce niet meer volstaan met verwijzingen naar meldcodes, huisregels en handelingsperspectieven.
Onderwijs en cultuur: Onderwijsmuseum
In mijn bijdrage richt de SGP de schijnwerpers ook op het grensvlak van cultuur en onderwijs. Allereerst noem ik de toekomst van het Nationaal Onderwijsmuseum. Dat museum heeft een enorme collectie, het werkt aan kennisontwikkeling die voor het ontwikkelen van onderwijsbeleid nuttig is en het zorgt voor verbinding van burgers met ons onderwijs. De SGP vindt dat het Rijk vanuit de stelselverantwoordelijkheid ook een structurele bijdrage moet leveren. Het schrappen van de subsidie na dit begrotingsjaar staat daar haaks op en zou een eind maken aan een geschiedenis van 150 jaar. Samen met collega Rooderkerk stel ik voor om middels amendement 77 een toereikende structurele subsidie beschikbaar te stellen voor het voorbestaan van het museum. Het museum moet die subsidie dan ook echt benutten om een stevige, toekomstbestendige organisatie neer te zetten. Ik hoop dat de minister dit voorstel voluit een kans wil geven.
Onderwijs en cultuur: monumentale kerken
Het tweede punt dat de SGP wil belichten, is de zorg voor grote monumentale kerken. Wie zo af en toe een grote monumentale kerk binnenstapt, en dat is zeer aan te raden, schrikt soms wel van de staat van het gebouw. Het orgel van de Bovenkerk in Kampen moet bijvoorbeeld beschermd worden tegen vallend gesteente. Bij de onderhandelingen over de begroting Onderwijs voor 2025 heeft de SGP gelukkig een budget van 5 miljoen voor grote kerken kunnen reserveren. Dat is een bescheiden budget en het was dus vooral een eerste stap. Uit de cijfers blijkt over het jaar 2025 inmiddels dat bepaalde aanvragers achter het net visten. Ook bij de eenmalige subsidie voor alle grote monumenten in Nederland wordt overvraag verwacht. Daarom stel ik middels amendement 70 voor om het specifieke budget voor grote monumentale kerken te verhogen. Het is noodzakelijke cultuurzorg die alle Nederlanders ten goede komt en onze aannemers bovendien.
Ik zou dit amendement natuurlijk niet alsnog na de behandeling van de cultuurbegroting hebben ingediend als er niet ook een verbinding ligt met het onderwijs. Het is noodzakelijk dat de overheid subsidies verstrekt, maar allereerst is de betrokkenheid van de samenleving zelf bij kerken van groot belang. De kerk heeft een belangrijke plaats in de publieke ruimte van heel veel gemeenschappen, ook als burgers die kerk niet bezoeken. We merkten dat bijvoorbeeld na de brand in de Vondelkerk in Amsterdam.
Dit jaar stond de actie Kerkbalans in het teken van de betrokkenheid van jongeren. Vanuit de wettelijke verplichtingen van scholen om aandacht te besteden aan cultuur en de geschiedenis van de eigen leefomgeving, burgerschap en levensbeschouwing is de verbinding tussen school en kerk eigenlijk heel voor de hand liggend. Wat is er voor deze minister mooier dan als laatste bestuursdaad een gesprek aan te gaan met de onderwijsorganisaties over het versterken van de relatie tussen scholen en kerken. Pakt hij die handschoen op?