22 april 2014

WMO-debat

Wet maatschappelijke ondersteuning

Voorzitter. Vandaag bespreken we een heel belangrijk wetsvoorstel waarmee gemeenten veel verantwoordelijkheden krijgen om mensen te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en participatie. Laat ik ermee beginnen dat de filosofie achter de Wmo heel goed bij de SGP past. In het verleden is door de SGP steeds benadrukt dat burgers, samen met hun sociale netwerk, in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn wanneer zich zorgvragen voordoen, dit vanuit de overtuiging dat echte solidariteit in de eerste plaats iets is tussen mensen en de samenleving zelf. Het is zelfs een christelijke opdracht tot naastenliefde. In Hebr. 13:16 staat bijvoorbeeld: “En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid (koinonia) niet; want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen.” In deze tekst kan de mededeelzaamheid ook worden vertaald met ‘onderlinge solidariteit’.

De afgelopen decennia heeft zich echter de tegenovergestelde ontwikkeling voltrokken. De overheid nam steeds meer verantwoordelijkheden van haar burgers over en bouwde de verzorgingsstaat stap voor stap uit. Hoewel daar mooie kanten aan zaten, zagen we wel grote risico’s, die helaas ook zijn uitgekomen. De verzorgingsstaat bleek financieel onhoudbaar, eenvoudige, creatieve én goedkopere maatwerkoplossingen werden vaak vergeten en de noodzaak om naar elkaar om te zien nam af.

Nu staan we op een kantelpunt in de geschiedenis van de zorg. Het mooie daarvan vind ik dat er nu al overal in het land prachtige initiatieven ontstaan. Mensen worden weer uitgedaagd creatief te zijn.

Tegelijkertijd realiseren we ons dat de cultuuromslag niet van de ene op de andere dag gerealiseerd is. Het baart de SGP zorgen dat dit gebeurt in een tijd waarin sociale verbanden verzwakt zijn. Niet iedereen is zo zelfredzaam als waar dit wetsvoorstel van uit gaat. Veel mensen hebben helemaal geen sociaal netwerk meer waar ze op terug kunnen vallen en dreigen daardoor te vereenzamen. Ook had de SGP zorgen of er voldoende geld zou zijn voor een soepele overgang van de zorg naar gemeenten. En zou er wel voldoende geld zijn voor de dagbesteding van ouderen en gehandicapten? Dagbesteding is voor deze mensen en hun mantelzorgers namelijk cruciaal. We zijn daarom blij met het extra geld dat we in het zorgoverleg hebben kunnen realiseren, zodat er meer garanties zijn dat al deze mensen kwalitatief goede ondersteuning en passende zorg blijven ontvangen. Ook zijn we blij dat meer ouderen en mensen met een verstandelijke beperking een plek kunnen krijgen in een instelling, als thuis wonen niet langer verantwoord mogelijk is.

Over de vormgeving van de wet heeft de SGP al uitgebreid van gedachten gewisseld in het verslag en het nader verslag. Ik dank de staatssecretaris en zijn ambtenaren voor het vele werk dat in de verhelderende beantwoording is gaan zitten. Ik wil dit debat daarom gebruiken om enkele voor de SGP belangrijke punten op de i te zetten.

Onderzoek en aanvraag

Voorzitter. Ik heb in het verslag verschillende keren de vrees uitgesproken dat de scheiding van melding en aanvraag in de praktijk gebruikt zou kunnen worden als middel om cliënten af te houden van het doen van een aanvraag. Ook Kluwer Schulinck wijst op dit risico. Nu zegt de regering dat weliswaar tijdens het onderzoek duidelijk kan worden dat het college meent dat iemand waarschijnlijk op eigen kracht of met hulp van zijn netwerk of algemene voorzieningen zelfredzaam kan zijn of kan participeren, maar dat deze conclusie pas mag worden getrokken als de cliënt zelf een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indient. Daarmee wordt volgens mij echter nog niet het probleem opgelost. De aanvraag zal immers in veel gevallen door dezelfde ambtenaar worden beoordeeld als die het onderzoek heeft gedaan? Graag hoor ik van de staatssecretaris waarom er na een onderzoek geen sprake zou kunnen zijn van een formeel besluit in de zin van de Awb, zodat er dan al bezwaar en beroep mogelijk is.

Keuzevrijheid en eigen regie

Als het onderzoek eenmaal afgerond is, vindt de SGP het heel belangrijk dat burgers zelf zoveel mogelijk regie voeren over de ondersteuning die zij via de gemeente ontvangen. Dat is niet alleen winst voor de burger; het kan de gemeente ook veel onnodige kosten besparen. De kans dat ondersteuning succesvol is, wordt namelijk aanzienlijk groter als de burger ervaart dat hij een hulpverlener kan vertrouwen en de ondersteuning aansluit bij zijn belevingswereld.

Hoewel er in het wetsvoorstel al deels rekening werd gehouden met de wensen van mensen, vindt de SGP een verdere versterking van de keuzevrijheid en de eigen regie noodzakelijk. Daarom heb ik in de eerste plaats samen met mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie twee amendementen ingediend die ervoor zorgen dat gemeenten de zorg en ondersteuning zoveel als mogelijk moeten laten aansluiten bij de godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en/of culturele achtergrond van de cliënt. Ik hoor daar graag de reactie van de staatssecretaris op.

Het persoonsgebonden budget ondergaat een grote verandering. Als SGP vinden we het een goede zaak om misbruik en oneigenlijk gebruik aan te pakken. Tegelijkertijd vraag ik de staatssecretaris om te bevestigen dat deze strengere voorwaarden de eigen regie van mensen niet in de weg mogen gaan staan, bijvoorbeeld als gemeenten de eisen zo opschroeven dat bijna niemand meer in aanmerking komt voor een pgb. De SGP heeft een aantal amendementen ingediend en meegetekend, zodat het persoonsgebonden budget écht een volwaardig alternatief wordt voor zorg in natura. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris op het amendement dat ik ingediend heb met mevrouw Voortman, dat cliënten de mogelijkheid geeft om zelf te kunnen bijbetalen wanneer de door hem gewenste zorgverlener duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod.

Om ervoor te zorgen dat burgers écht wat te kiezen hebben, heeft de SGP een sterke voorkeur voor het zogenaamde Zeeuwse model of het bestuurlijk aanbesteden, waarbij alle zorgaanbieders een contract kunnen krijgen als zij voldoen aan door de gemeente opgestelde kwaliteitscriteria én de ondersteuning kunnen aanbieden voor een reële prijs. Is de staatssecretaris bereid actief te bevorderen dat gemeenten dit model gaan gebruiken bij het inkopen van zorg en ondersteuning?

Mantelzorg en vrijwilligers

Doordat de overheid terugtreedt zal er een groter beroep gedaan worden op mantelzorgers en vrijwilligers. Dat vindt de SGP alleen verantwoord als zij ook op een goede manier ondersteund en erkend worden in hun belangrijke werk. De SGP was teleurgesteld dat we dat in het wetsvoorstel onvoldoende teruglazen. Weliswaar werden er in de toelichting behartigenswaardige woorden over de mogelijkheden van mantelzorgers gesproken, maar het bleef voornamelijk bij het vragen aan mantelzorgers wat zij kunnen bijdragen. Daarom heb ik samen met mijn college Otwin van Dijk een amendement (wordt als het goed is vandaag in nieuwe versie ingediend) ingediend om de ondersteuning van de mantelzorger op maat goed in het wetsvoorstel te verankeren. Daarmee wordt niet alleen gekeken naar de mogelijkheden van de mantelzorger, maar ook naar de behoefte van de mantelzorger zelf om zijn belangrijke werk vol te kunnen houden. Ook vinden we het belangrijk dat gemeenten algemene voorzieningen inrichten waar mantelzorgers gebruik van kunnen maken. Tenslotte hebben we geregeld dat ook mantelzorgers die cliënten in de jeugdzorg en Zvw-zorg ondersteunen door de gemeente ondersteund moeten worden. Daarmee is helder dat ook deze mantelzorgers aanspraak kunnen maken op maatschappelijke ondersteuning van de gemeente. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris op dit voor de SGP heel belangrijke amendement.

Mogelijke stapeling eigen bijdragen algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen

Voorzitter, ik heb in het verslag en het nader verslag verschillende keren gevraagd naar de mogelijke stapeling van eigen bijdragen van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Als gemeenten veel zaken organiseren in een algemene voorziening – denk aan huishoudelijke hulp – en zij vragen daarvoor een kostendekkende bijdrage, dan zie ik het gevaar dat veel mensen daar om financiële redenen van af zullen zien, terwijl ze daar wel behoefte aan zouden kunnen hebben. Tegelijkertijd zie ik praktische problemen bij het amendement van college Keijzer. Wat doe je dan bijvoorbeeld met private algemene voorzieningen, zoals een maaltijdservice? Moet dat dan allemaal geregeld worden via CAK? En wat zijn de administratieve lasten van haar voorstel? Hoe kijkt de staatssecretaris er tegenaan om - zoekend naar een oplossing voor dit probleem -  de gemeente het totaal aan eigen bijdragen voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen in kaart te laten brengen? Als dan blijkt dat de stapeling financieel niet te dragen is voor de cliënt, zou de gemeente daar een oplossing voor moeten vinden, omdat er anders geen sprake is van maatwerk. Dat kan bijvoorbeeld door lagere eigen bijdrage voor maatwerkvoorziening vast te stellen. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris hierop. Ziet hij mogelijkheden deze gedachte in de wet op te nemen?

Betrekken samenleving

Voorzitter, het mooie van de Wmo vind ik dat het echt een wet van de samenleving is. Ik zie nu al prachtige initiatieven ontstaan.

  • Voorbeeld supermarkt die ouderen ophaalt met boodschappenbus. Rond boodschappenbus vrijwilligers of – in samenwerking met plaatselijke scholen – scholieren die de ouderen begeleiden.
  • Voorbeeld vervangen lamp door vrijwilligers die geregeld worden door gemeente, heel duur, terwijl samenleving dat ook zelf kan.

Deze gedachte mis ik echter in het wetsvoorstel: er wordt toch vooral gekeken naar de gemeente om algemene voorzieningen en algemene maatregelen te organiseren, terwijl de samenleving dat vaak prima zelf kan, of zelfs beter. Ik heb daarom een amendement ingediend die gemeenten verplicht dergelijke initiatieven te bevorderen. Voor gemeenten wordt de nieuwe Wmo wat mij betreft ook de kunst van het loslaten. Daarmee wordt recht gedaan aan de talrijke private initiatieven die er nu al zijn van bijvoorbeeld vrijwilligers, kerken, bedrijven, maatschappelijke organisaties, woningcorporaties, welzijnsstichtingen en belangenorganisaties. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris hierop.

Samenwerking gemeenten en verzekeraars

Voorzitter. Het succes van de hervorming hangt af van de samenwerking tussen gemeenten en verzekeraars. Ik vrees echter nog wel dat deze samenwerking niet automatisch van de grond komt door de tegenstrijdige financiële belangen. Ik steun daarom van harte het amendement van collega Otwin van Dijk, maar daarmee zijn nog niet al mijn zorgen weggenomen. Ik zal dat verduidelijken met een voorbeeld. Kan de staatssecretaris aangeven hoe het wetsvoorstel regelt dat gemeenten een echtgenoot die het fijn vindt om de persoonlijke verzorging en de verpleging van zijn vrouw zelf op zich te nemen, niet in de kou laat staan als hij in ruil voor deze zware zorg hulp bij het huishouden wenst te ontvangen vanuit de Wmo? Ik vrees dat deze gewenste substitutie niet van de grond zal komen, omdat dit de gemeente geld kost, terwijl de eigenlijke zorgvraag de verantwoordelijkheid is van de verzekeraar. De centrale vraag is dus: hoe wordt ervoor gezorgd dat de eigen regie van de zorgvrager en diens sociale netwerk geborgd wordt, en er tóch integraal maatwerk over stelsels heen georganiseerd wordt?

Om dit probleem op te lossen vindt de SGP het cruciaal dat verzekeraars en gemeenten hun budgetten onderling naar elkaar kunnen verschuiven, zodat zij de zorg en ondersteuning optimaal kunnen inzetten. In de beantwoording van onze schriftelijke vragen geeft de staatssecretaris echter aan dat dit niet mogelijk is, en dat het wel mogelijk maken daarvan leidt tot nieuwe vraagstukken over verantwoordelijkheidsverdeling, rechtmatigheid en doelmatigheid. Aan de andere kant ken ik een verzekeraar die hier heel graag mee aan de slag wil. Is de staatssecretaris bereid in het komende jaar een onderzoek uit te voeren naar de manier waarop het wel mogelijk wordt om budgetten onderling te kunnen verschuiven? Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter, zelfs als gemeenten en verzekeraars samenwerken, ziet de SGP een mogelijke barrière voor integrale zorg en ondersteuning. Voor de voorzieningen vanuit de Wmo kan een kostendekkende bijdrage gevraagd worden, terwijl het eigen risico in de Zvw al na ongeveer 400 euro vol is. Vindt de regering dit een wenselijke situatie? Erkent de staatssecretaris dat er een grote stimulans zal zijn voor cliënten om zorg te ontvangen vanuit de Zvw? Ik denk dan bijvoorbeeld aan mensen die  behoefte hebben aan geestelijke gezondheidzorg. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom hij niet wil werken aan een systeem waarbij de eigen bijdragensystematiek voor alle langdurige zorg hetzelfde is? Is hij bereid om na te gaan of het door de SGP gevreesde effect zich gaat voordoen, en is hij, als dat zo is, bereid dan in te grijpen?

Administratieve regeldruk

Voorzitter, de SGP vindt het onwenselijk dat iedere gemeente verplicht wordt om eisen te stellen met betrekking tot de bestuursstructuur, de bedrijfsvoering, de afhandeling van klachten, de medezeggenschap. Dit zal voor zowel gemeentebesturen als zorgaanbieders veel administratieve lasten met zich meebrengen. Bovendien kan er een ongelijk speelveld ontstaan voor aanbieders als gemeenten onderling verschillende en tegenstrijdige eisen stellen. We hebben daarom de amendementen van de VVD en D66 meegetekend om deze verplichtingen bij gemeenten weg te halen. Graag horen we de reactie van de staatssecretaris.

De Hoop

Voorzitter, in het verslag heb ik aandacht gevraagd voor een zorgvuldig overgangstraject voor De Hoop Dordrecht, die op dit moment als enige organisatie een landelijke subsidie voor maatschappelijke opvang ontvangt. In de overgangsjaren kan dan flankerend beleid worden ontwikkeld om de gevolgen van de wegvallende subsidie op te vangen, zodat zij met ingang van 2017 met de instrumenten van de nieuwe WMO continuïteit van opvang kunnen bieden. Ik hoor graag de reactie van de staatssecretaris.