Strafmaat

De overheid heeft de bijzondere opdracht om kwaad in de samenleving te bestrijden. Wanneer er geen of weinig straf gegeven wordt, dan blijkt het voor misdadigers lonend te zijn om hun ‘beroep’ voort te zetten. De SGP wil daarom een strafklimaat dat meer aansluit bij de ernst van de gepleegde misdrijven. Ook stelselmatige daders van ‘kleine criminaliteit’ lopen vrijwel meteen weer vrij rond. Het is abnormaal wanneer een moordenaar na enkele jaren gevangenisstraf vrij komt. Het is ongewenst wanneer de straf ook nog eens verkort wordt door de vervroegde invrijheidsstelling na tweederde van de uit te zitten straf. Dat is niet alleen fnuikend voor het rechtsgevoel van burgers, maar ook voor degenen die zelf betrokken zijn bij de opsporing van strafbare feiten. Snelle rechtspraak - zo mogelijk dicht bij de burger – en strenge straffen zijn van groot belang om het gezag van de rechtsprekende macht te handhaven.

Streng beleid dient samen te gaan met barmhartigheid voor degenen die bewezen hebben berouw te hebben over het door hen gepleegde delict. Voor hen, maar ook voor ieder die aan het eind van zijn gevangenisstraf is gekomen, dient er goede opvang te zijn. Ex-gedetineerden en mensen in de laatste fase van hun straf ontvangen hiervoor extra begeleiding, zodat zij weer een maatschappelijke positie kunnen innemen en tegelijkertijd de kans op recidive vermindert. Tijdens de detentie moeten gevangenen reeds worden voorbereid op een verantwoorde terugkeer in de maatschappij.

Concreet:

  • Er zijn goede ervaringen opgedaan met rechtspraak dicht bij de burger en snel na het gepleegde misdrijf. Met name zien we dit bij het ‘supersnelrecht’ na de jaarwisseling. Deze snelle, effectieve en zichtbare vorm van rechtspraak moet breder worden toegepast.
  • Er dient een verhoging te komen van de strafmaat, vooral voor zeden- en geweldsdelicten. Er moet meer zicht komen op de precieze hoogte van de opgelegde straffen. Van de straf dient een afschrikkende werking uit te gaan. Te vaak wordt volstaan met voorwaardelijke straffen, taakstraffen of korte gevangenisstraffen. Strengere straffen zijn daarom nodig.
  • De verjaringstermijn waarna ook zeer ernstige delicten niet meer vervolgd kunnen worden, moet vervallen. De ernst van delicten als moord, doodslag of zedenzaken, mensenhandel en terroristische misdrijven laat het niet toe dat vervolging achterwege blijft.
  • De voorwaardelijke vervroegde invrijheidsstelling nadat tweederde van de straf is uitgezeten, wordt afgeschaft. Nu er sprake is van een overschot aan cellen is er immers ook geen praktische reden meer om de straf te verkorten.
  • Er dient zorg voor te worden gedragen dat in gevangenissen geen zedelijk schadelijk materiaal als (kinder)porno aanwezig is. Streng toezicht op het downloaden of verspreiden van dergelijk materiaal is noodzakelijk. Het bezit en gebruik van drugs en de handel in drugs vanuit de gevangenis worden eveneens streng aangepakt.
  • Stelselmatige daders van ‘kleine criminaliteit’ moeten veel langer worden vastgehouden en via een apart traject worden begeleid om kans op herhaling te verminderen. De gepleegde delicten moeten worden bestraft als één groot delict.
  • Geweld en agressie tegen publiek personeel moeten strenger bestraft worden dan wanneer het gebeurt bij anderen, omdat hierbij het gezag van de overheid in het geding is. Uitgangspunten zijn lik-op-stuk, geen pardon en schadeverhaal op de dader.
  • De burgemeester heeft een belangrijke taak op het terrein van de veiligheid. Hij mag echter niet dienen om de gaten te dichten die justitie laat vallen. In de wet moeten duidelijke criteria worden opgenomen voor de taken van de burgemeester.
  • Een taakstraf kan alleen opgelegd worden bij lichte vergrijpen. Bij zeden- , levens- en geweldsdelicten en bij terroristische misdrijven kan niet volstaan worden met alternatieve straffen. Dat geldt evenzeer bij recidive. In dergelijke gevallen dient altijd sprake te zijn van ten minste een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
  • Daders van zedendelicten mogen geen tbs ontlopen door niet mee te werken aan psychologisch onderzoek. Bij zulke delicten moet de gevangenisstraf waar nodig altijd vergezeld gaan van tbs.
  • Er is geen reden om voor levenslange gevangenisstraffen een vast moment van heroverweging in te voeren. Een dergelijk moment roept óf ongerechtvaardigde verwachtingen op bij de veroordeelde, óf miskent de ernst van de vaak meervoudige misdrijven.
  • Voor uitzonderlijk ernstige en onomstotelijk bewezen gevallen van (meervoudige) moord, zoals oorlogsmisdaden en terroristische aanslagen, moet het weer mogelijk zijn om de doodstraf te overwegen.
  • Gevangenen dragen zelf bij in de kosten die verbonden zijn aan het verblijf in de gevangenis.
  • Gedurende de hoger beroepfase worden contact- en gebiedsverboden niet opgeschort.
  • Er dient een ruimhartig beleid te worden gevoerd ten aanzien van vrijwilligerswerk onder gedetineerden en de nazorg voor ex-gedetineerden. Er moet zoveel als mogelijk worden gedaan om hen weer voldoende toegerust in de samenleving terug te laten keren. De overheid moet hier voldoende geld voor beschikbaar blijven stellen.
Terug naar overzicht

Lid worden

Dankzij zo'n 30.000 SGP-leden, kunnen wij, landelijk en lokaal, een vuist maken in de politiek. Wil jij hier ook aan bijdragen?

Doneren

Is een lidmaatschap niet wat je zoekt, of je bent al lid? Ook financiële steun stellen wij erg op prijs.

Werk mee

Wil jij bijdragen aan het behalen van onze doelen? Bekijk dan de openstaande vrijwilligers- en vaste functies.