Helena Burger, Waker bij de abortuskliniek

Door Sjon van der Ree Doolaard

 

Helena Burger uit Veenendaal verzamelde als 11-jarig meisje al handtekeningen om abortus tegen te gaan. Zo’n 40 jaar later is ze, na een lange weg met vele aanmoedigingen, elke veertien dagen met enkele anderen te vinden voor de Mildredkliniek in Arnhem. Namens Er is hulp (tak van Schreeuw om Leven) probeert ze daar het gesprek aan te gaan met alle bezoekers van de kliniek. Hoewel er niet met elke persoon een gesprek mogelijk is, wordt er wel voor elke persoon gebeden.

 

Wat gebeurt er bij een ‘wake’ voor de abortuskliniek?

“Na het Bijbellezen en een gebed nemen we onze plek bij het hekje van de kliniek in. Bezoekers die aankomen of weggaan, spreken we aan. We bieden een folder aan of een klein presentje met een visitekaartje. Als ze dat aannemen, leggen we uit wat het doel is van onze aanwezigheid. We dringen niets op, respecteren hun beslissing om geen gesprek met ons te willen. Woorden als ‘babymoord’ of ‘moordenaars’ gebruiken we niet. We proberen wel het belang en de kostbaarheid van het ongeboren leven te benadrukken.
Voor iedere kliniekbezoeker bidden we afzonderlijk. Aan het einde van de wake leggen we deze mensen en de gesprekken allemaal in Gods handen. Wij hebben gedaan wat Hij van ons vraagt; we pleiten op Zijn belofte ‘dat onze arbeid niet ijdel zal zijn in de Heere’.”

 

Wat zijn uw ervaringen tijdens uw werk?

 

“Tegenwoordig ervaren we flink wat tegenstand. Het wordt door de gemeente Arnhem haast onmogelijk gemaakt. Ook vanuit de kliniek is er gebeld naar de gemeente. We kregen een keer bezoek van boa’s en de laatste keer kwam de politie en werden we weggestuurd.

Aan de ene kant zie ik er daarom altijd vreselijk tegenop. De kliniek is niet blij dat we er staan en ook de meeste bezoekers zitten niet op ons te wachten. Je voelt ook echt dat je staat op het terrein van de dood. Dat is beklemmend. Toch geeft het ergens ook blijdschap om er te staan. Het is de diepe overtuiging in je hart dat je moet opkomen voor het ongeboren leven. Ook ervaar ik liefde en bewogenheid voor de moeders die denken dat er geen andere oplossing is dan abortus. Ik sta daar met een groot verlangen om niet alleen een kindje te redden, maar ook om een figuurlijke arm (soms ook letterlijk, ...als er geen corona is) te kunnen slaan om (vaak jonge) moeders die diep in hun hart zo kunnen twijfelen. Om ze te laten weten dat ze met de hulp die we aanbieden wél perspectief kunnen hebben om hun kindje geboren te laten worden.”

 


Ervaart u ook steun?


“In mijn eigen kerkelijke gemeente wordt regelmatig voor wakers bij de kliniek gebeden. Dat betekent erg veel voor ons. We hebben in de gemeente ook een appgroep waarin mensen op de hoogte worden gebracht wanneer wij gaan waken. Er wordt dan voor ons gebeden. Dat ervaar ik ook als erg waardevol. Een muur van gebed is een geestelijk wapen en dat zijn de wapens waarmee deze geestelijke strijd gestreden moet worden.”

 

 

Wat is uw drijfveer om dit werk te doen?


“Toen ik in 1979 handtekeningen verzamelde, had ik al een kloppend ‘prolifehart’, maar daarna heeft het lang gesluimerd. Af en toe werd je er nauwer op betrokken. Dat waren momenten waarop je zelf zwanger bent en ook later als je een levend kindje in je armen mag hebben. Daarnaast heb ik ook de kwetsbaarheid van het ongeboren leven gezien, want dat zwangerschappen uitlopen op een geboorte, is helaas geen automatisme.
Het voornemen om vrijwilliger te worden, leefde al wel, maar de definitieve doorbraak kwam toen ik het boek Ongepland van Abby Johnson las. Abby was directeur van een abortuskliniek en de wakers bij de kliniek werden door God gebruikt om een ommekeer in haar hart en leven te bewerken. Inmiddels is Abby Johnson van een belangrijk persoon in de Planned-Parenthoodorganisatie veranderd in een strijder tegen abortus. Na het lezen van haar verhaal besefte ik dat ik niet meer mocht wachten. Dit had prioriteit! Ik kon het niet langer naast me neerleggen wat staat in Spreuken 24:11: ‘Red degenen die ter dood gegrepen zijn, want zij wankelen ter doding, zo gij u onthoudt’. Door het boek van Abby Johnson zie je heel sterk dat ook abortuswerkers gebed nodig hebben. Net als bij Abby kan God de ogen openen van de werkers die dit verschrikkelijke werk doen.”

 

 

"We moeten daar zijn waar de dood dreigt"

 

 


Wat is het effect van de tegenstand?

 

“We merken het altijd bij de kliniek als we weer negatief in het nieuws zijn geweest. Mensen zijn daardoor eerder bevooroordeeld. Zo spraken we onlangs een jonge student die (vanwege de coronavoorschriften) buiten moest wachten terwijl zijn vriendin de behandeling in de kliniek onderging. Ze hadden ons bij aankomst bewust vermeden. Tijdens het gesprek kwam hij erachter dat we niet zo verschrikkelijk waren als hij had gedacht. Hij bedankte ons zelfs voor de liefdevolle benadering. Hij accepteerde de folder voor ‘hulp na abortus’, maar je vraagt je af of we hulp vóór de abortus hadden kunnen aanbieden als ze niet bang gemaakt waren. Zou hun kindje dan hebben kunnen blijven leven?”

 

 

Herkent u zich in de berichtgeving in de media?

 

“Ik herken ons werk niet in het beeld dat vaak geschetst wordt: agressief en intimiderend. Bij Er is hulp krijgen we heel duidelijke instructies over onze houding en over wat we wel of niet mogen laten zien en moeten zeggen.
Niet zelden worden we bedankt voor ons werk door de mensen die we aanspreken, ook al komen we niet op één lijn. Ik durf dus wel te zeggen dat ‘agressief’ en ‘intimiderend’ vooral woorden zijn van mensen die ons niet gesproken hebben.

Helaas worden we vaak vereenzelvigd met demonstranten die leuzen bij zich dragen als ‘abortus is moord’, of als je moordt ga je naar de hel’. Dat is niet de manier waarop wij vrouwen denken te kunnen helpen. Helaas is dat wel het beeld wat de pro-abortusbeweging over ons wil verspreiden. Dat is dan bedoeld om ons monddood te maken. De framing is bedoeld om ons weg te krijgen bij de klinieken.”

 

 

Wat zegt u op een uitspraak als: ‘Demonstranten horen op het Malieveld in Den Haag, niet bij een kliniek’?

 

“Bewustwording naar de politiek en de samenleving is onder andere het doel van het staan op het Malieveld. Bij de kliniek staan we ook met een ander doel. Als we een mensenleven kunnen redden moet dat op de plaats zijn waar de dood dreigt. Dat is in dit geval vooral bij de kliniek. Op het laatste nippertje kunnen we met Gods hulp het verschil maken tussen leven en dood.”

 

Is het gesprek met tegenstanders eigenlijk wel te voeren als de standpunten zo ver uit elkaar liggen?


“Het grootste verschil is hoe gekeken wordt naar de ongeborene. Is het een stukje weefsel, een vruchtje? Of is het een mens(je)? In een discussie over abortus moe teerst duidelijk worden wat de ongeborene werkelijk is.
Bij een kliniek ga je een technische discussie natuurlijk niet aan, maar we proberen wel een ingang te vinden om te kunnen vertellen dat het leven van het kindje kostbaar is. De onomkeerbaarheid van een abortus is iets wat ook grote gevolgen kan hebben en als heel moeilijk ervaren kan worden.”

 

 

Wat kunt u zeggen over de publieke opinie over abortus?

 

“Het valt me altijd op dat er eigenlijk maar heel weinig kennis is over abortus. Als je de feiten deelt, blijkt dat veel mensen eigenlijk tegen abortus zijn. Maar als je vraagt of abortus moet worden afgeschaft, is het antwoord weer negatief, want het ‘verworven recht’ van abortus is min of meer heilig verklaard.”

 

 

Op welke manier zou de politiek jullie werk kunnen steunen?

 

“Wij zijn heel erg blij met de manier waarop Kees van der Staaij ons als wakers verdedigt in gesprekken.

Het zou fijn zijn als we onze ervaringen kunnen blijven delen met de SGP. We zouden dan punten noemen als het aandacht geven aan en het stimuleren van projecten zoals ‘de Wijkwieg’ in Genemuiden en het blijven bepleiten van een keuzegesprek én goede voorlichting met gratis echo búíten de kliniek. Nu vindt zo’n gesprek nog plaats bínnen de kliniek, die zelf aan de abortus kan gaan verdienen. Dat is geen neutraal terrein.”

 

 

 

Zelf een steentje bijdragen?

 

  • Allereerst is het is heel fijn als de SGP-achterban met ons ‘wakers bij de klinieken’ meebidt. De strijd is vaak heel hevig.
  • Daarnaast zijn er ook andere praktische wensen: wij krijgen regelmatig spullen aangeboden waar we erg blij mee zou zouden zijn, ware het niet dat we opslagruimte tekortkomen. Als we, net als bij een voedselbank, een ‘babyspullenbank’ zouden kunnen oprichten, zouden vrouwen met financiële zorgen daar met een strippenkaart de benodigde babyspullen en positiekleding kunnen uitzoeken.
  • Ook zijn ‘hulpbussen’ (het liefst met echoapparatuur) een wens. Je zou daar dan bijvoorbeeld mee bij jongerenevenementen of bij de klinieken zelf kunnen staan.