5 november 2026

Bescherm de academische vrijheid en de breedte van wetenschap

De Tweede Kamer debatteerde op donderdag 5 november in Commissieverband over onderzoek en wetenschap. Lees hieronder de bijdrage van Chris Stoffer.

Lees voor gebruik de bijsluiter. Dat is een bekende en nuttige aanwijzing.
Een overdosis kan vervelende bijwerkingen geven. Ook het gebruik van een verkeerd medicijn kan akelig uitpakken. Iets dergelijks geldt ook ten aanzien van de nieuwe talentstrategie. Ook daarbij is een bijsluiter nodig. De talentstrategie is vooral gericht op een sterke economie en een toekomstbestendige arbeidsmarkt. Een strategie hiervoor kan nuttig zijn gezien de grote uitdagingen van ons land. Tegelijk moeten we eerlijk onderkennen dat de vier domeinen uit de talentstrategie, hoe breed ze zelf ook zijn, nog maar een beperkt deel van het leven bestrijken en best eenzijdig zijn. Digitalisering, veiligheid, energie en biotechnologie zijn prachtige domeinen, maar onderzoek en wetenschap gaan echt breder en dieper dan alleen deze. De SGP is beducht voor de bijwerkingen als de talentstrategie de volledige agenda van wetenschap en onderzoek gaat domineren. Een dergelijke ontwikkeling lijkt al gaande in de ontwikkeling van de nieuwe sectorplannen. Ook daarin wordt al met extra prioriteit toegeschreven naar de domeinen van de talentstrategie en dat beperkt de ruimte voor de volle bloei van wetenschap en onderzoek. Hoe voorkomt de minister dat we straks te kampen hebben met schadelijke bijwerkingen?

De hoge aanvraagdruk voor beurzen bij NWO blijft een hardnekkig probleem.
Voor de zomer moet de sector een nieuw plan leveren. Ziet de minister een kans om hierbij de doorontwikkeling van de sectorplannen als een effectief middel te betrekken? De minister wil in de nieuwe sectorplannen namelijk de regie van de sector versterken. Om nu daadwerkelijk een verbetering van instellingen te bewerken om kritischer te toetsen op het doorsturen van aanvragen naar NWO kunnen extra prikkels goed werken. Als een beperkt deel van de middelen uit de talentprogramma’s, bijvoorbeeld tien procent, direct naar de sectorplannen gaat, kan dat instellingen stimuleren om gezamenlijk meer regie te nemen op de aanvragen. Wil de minister dit verkennen?

De noodzaak om de opleidingen Nederlands, Frans en Duits te versterken, neemt alleen maar toe. De verwachte vacaturedruk groeit bijvoorbeeld de komende jaren het sterkst bij Frans en Duits, zelfs dubbel of driedubbel zo groot. Op welke manier ondersteunt de minister de uitwerking van de actielijnen in het sectorplan geesteswetenschappen? Het inzetten op landelijke samenwerking is goed, maar is de goede spreiding en beschikbaarheid van opleidingen een randvoorwaarde?
Is er specifieke inzet voor het beperken van het lerarentekort voor deze talen in samenwerking met de onderwijsregio’s, bijvoorbeeld door toegankelijker lerarenopleidingen? Overigens is dat belang er ook voor wiskunde in het kader van de talentstrategie.

Als het gaat om landelijk beleid op diversiteit en inclusie vindt de SGP een fundamentele heroverweging noodzakelijk. Het actieplan is afgelopen en instellingen kunnen dit echt zelf. Betrekt de minister de opdracht vanuit het actieplan slagvaardige overheid in haar overwegingen?

De SGP is zeer bezorgd over de druk op de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting aan de academie. Deze week is in Maastricht opnieuw een bijeenkomst van Joodse studenten door de universiteit geannuleerd omdat activisten het opzettelijke doel hadden de bijeenkomst te verhinderen. Het ging hier dus niet om demonstratierecht, maar om pure obstructie. En agressie wordt kennelijk beloond. Feitelijk wordt hier de vrije, academische meningsuiting tot nul teruggebracht. Wat we nu nodig hebben is geen nieuwe voorstellen om mooie juridische teksten te schrijven, maar gewoon het pal staan voor kwetsbare burgers en het met kracht terugdringen van intimidatie. Het is altijd mooi om over de Grondwet na te denken, maar het risico is groot dat het een bliksemafleider is die afdoet van de urgentie om de praktijk te verbeteren. Heeft de minister uitdrukkelijk oog voor het risico van onvruchtbare symboolpolitiek?