28 september 2026
Pak verborgen vormen van mensenhandel aan
De commissie Justitie en Veiligheid debatteerde op maandag 28 september tijdens een wetgevingsoverleg over de WGO Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel. Lees hieronder de bijdrage van Diederik van Dijk.
In het Bijbelboek Amos lezen we een aangrijpende aanklacht tegen de handelaren van zijn tijd. Mensen die er niet voor terugdeinzen om armen voor geld te kopen en behoeftigen voor een paar schoenen. De profeet Amos spreekt er Gods oordeel over uit.
Bijna drieduizend jaar later is die aanklacht onthutsend actueel. Nog altijd worden mensen verhandeld alsof ze koopwaar zijn. Vrouwen die gedwongen worden hun lichaam te verkopen of kwetsbare moeders die worden gereduceerd tot baarmoeder.
Mdv, we kunnen daarvoor niet alleen naar het buitenland wijzen. Ook in Nederland vinden deze vormen van mensenhandel plaats. Soms achter gesloten deuren, via digitale platforms of verscholen achter overeenkomsten die op papier vrijwillig lijken.
Wat zegt het over onze samenleving als we mensenhandel terecht veroordelen, maar tegelijkertijd onvoldoende kritisch kijken naar praktijken waarin het lichaam van vrouwen een verdienmodel is geworden? De SGP hoopt dat we bij de behandeling van dit implementatievoorstel ook kritisch naar de constructies in eigen land durven te kijken waar we vormen van mensenhandel gedogen zolang het op papier goed geregeld is.
De implementatie van deze richtlijn houdt ons wat dat betreft een spiegel voor. Zij benoemt nieuwe vormen van uitbuiting, waaronder uitbuiting bij draagmoederschap, en vraagt aandacht voor mensenhandel die wordt verergerd door discriminatie op grond van geslacht. De SGP legt daarbij ook de vinger bij de omgang van vrouwen in de samenleving waar zij te vaak als lustobject worden geprojecteerd.
De vraag is of deze Nederlandse implementatie voldoende bescherming biedt. Kunnen we uitbuiting bewijzen? Durven we misstanden in onze prostitutiepraktijk en porno-industrie onder ogen te zien? En hoe valt het te rijmen dat we uitbuiting bij draagmoederschap strafbaar stellen, terwijl het kabinet tegelijkertijd werkt aan verdere juridische regulering van draagmoederschap?
Inwerkingtreding
Allereerst de voortgang. De Europese implementatietermijn verstreek op 15 juli jongstleden. Inmiddels zijn we ruim twee maanden verder en bespreken we de wet in dit huis.
- Wanneer verwacht de minister dat deze wet daadwerkelijk in werking treedt? En komt Nederland hiermee niet in de problemen?
- Heeft de Europese Commissie Nederland inmiddels aangesproken op de overschrijding van de implementatietermijn? En welke gevolgen heeft de vertraging voor de bescherming van slachtoffers?
De bewijsbaarheid van mensenhandel
Mensenhandel is vaak bijzonder moeilijk te bewijzen. Slachtoffers zijn afhankelijk van hun uitbuiter, vrezen represailles en durven derhalve geen belastende verklaring af te leggen of aangifte te doen uit vrees voor hun veiligheid of die van hun familie. Achter een ogenschijnlijk vrijwillige dienst kan een wereld van dwang en afhankelijkheid schuilgaan.
Daarom heb ik samen met collega Faber een amendement ingediend dat het bestanddeel 'oogmerk' uit de delictsomschrijving van mensenhandel schrapt. Daarmee wordt beoogd de bewijslast voor het OM te verlagen en de drempel voor slachtoffers om aangifte te doen weg te nemen.
- Hoe beoordeelt de minister deze voorgestelde wijziging in het licht van de vervolgingspraktijk?
- Daarnaast vraag ik de minister welke mogelijkheden hij ziet om financiële en digitale opsporing van mensenhandel te versterken.
- Hoe voorkomen we dat de bewijsvoering te zwaar afhankelijk wordt van verklaringen van slachtoffers? Welke aanknopingspunten mogen ketenpartners gebruiken om ambtshalve over te gaan tot vervolging?
Moraal
De herziene richtlijn vraagt ook aandacht voor de bijzondere kwetsbaarheid van vrouwen en meisjes. Dat raakt aan een bredere vraag die ik eerder heb gesteld: hoe kijken wij als samenleving naar vrouwen? Terwijl men spreekt over gelijkwaardigheid en zelfbeschikking bestaat er tegelijkertijd een omvangrijke commerciële markt in ons land waarin vooral het vrouwelijk lichaam centraal staat.
Artikel 28 van de richtlijn stelt preventie- en vraagreductiemaatregelen aan de orde en benoemt de inzet van specifiek opgezette bewustwordingscampagnes.
- Hoe vertaalt de minister de aandacht voor discriminatie op grond van geslacht naar het Nederlandse preventiebeleid?
- Hoe rijmt dit met de in het coalitieakkoord benoemde destigmatiseringsaanpak van sekswerk?
- Wordt daarbij ook kritisch gekeken naar maatschappelijke praktijken die de vraag naar seksuele diensten stimuleren?
Prostitutie en de porno-industrie
De SGP waakt ervoor dat deze implementatiewet tot een papieren tijger verwordt.
Als we kijken naar de prostitutiepraktijk in Nederland verwacht ik van de minister een kritischer houding. Ja, mensenhandel en gedwongen prostitutie zijn al strafbaar, maar hoe vaak worden er vrouwen onvrijwillig aangeboden op plekken waarvan het publiek meent dat zij dit vrijwillig doen?
- Kan de minister aangeven hoe deze implementatiewet bijdraagt aan beter zicht op de omstandigheden waaronder vrouwen daadwerkelijk in de prostitutie terechtkomen?
- Gaat hij de handhavingsaanpak van onvrijwillige prostitutie versterken?
Het is van belang dat vrouwen die uit de prostitutie willen stappen daar ook de hulp en middelen voor krijgen die daarvoor nodig zijn.
- Is de minister voornemens de middelen en zichtbaarheid voor uitstaporganisaties te verhogen?
Seksuele uitbuiting beperkt zich niet tot vergunde bedrijven. Ook thuisprostitutie, escort en online platforms stellen politie en hulpverlening voor grote uitdagingen.
- Hoe intensiveert de minister de handhaving van deze seksbedrijven?
Met name jongvolwassenen bevinden zich steeds vaker op online platforms waar zij tegen betaling seksuele content verkopen.
Deze leeftijdscategorie is bijzonder kwetsbaar voor misbruik. Het is immers lastig te controleren of deze content vrijwillig verschijnt. Daarom heb ik samen met collega Faber een amendement ingediend ter verhoging van de minimumleeftijd voor prostitutie van 18 naar 21 jaar.
Ik ben mij ervan bewust dat het kabinet deze maatregel ook heeft benoemd in het coalitieakkoord, maar een wetsvoorstel moet nog opgesteld worden. We kunnen dat nu regelen dus ik verwacht steun van tenminste de coalitiepartijen.
Als we het hebben over online uitbuiting dan verdient ook de porno-industrie nadrukkelijk aandacht. Online platforms kunnen worden gebruikt om slachtoffers te ronselen, onder druk te zetten en het misbruik tentoon te stellen. Beelden die niet eenvoudig te verwijderen zijn zodra ze eenmaal digitaal circuleren, zeker niet wanneer er onder druk een contract getekend is waarbij de producent eigenaar is van de beelden. Slachtoffers ervaren levenslange reputatieschade en de producent komt ermee weg.
- Op welke wijze krijgt de bestrijding van mensenhandel via online platforms en de porno-industrie vorm?
- Welke verantwoordelijkheid dragen platforms wanneer zij verdienen aan materiaal dat onder dwang tot stand is gekomen?
- En hoe geeft het kabinet uitvoering aan de Europese verplichting om de vraag terug te dringen die uitbuiting bevordert?
Draagmoederschap
Tot slot vraag ik de aandacht voor een ander in het oog springend onderdeel van deze implementatiewet: de expliciete vermelding van uitbuiting bij draagmoederschap als vorm van mensenhandel.
De miljoenenindustrie achter draagmoederschapstrajecten draait ook in Nederland. Via oneigenlijke procedures maken Nederlandse wensouders gebruik van binnenlandse en buitenlandse draagmoeders waarbij slechts 1 belang voorop staat: de zelfbeschikking van volwassenen. Het belang van het kind schuiven we gemakshalve terzijde, ondanks verscheidene internationale verdragen die dit belang moeten waarborgen. Deze implementatiewet regelt een verbod op uitbuiting van draagmoederschap, tegelijkertijd wil het kabinet met de Wet kind, draagmoederschap en afstamming draagmoederschap verder juridisch regelen. Dat de scheidslijnen flinterdun zijn blijkt nu al uit de praktijk. De vrees bij experts bestaat dat met het reguleren van draagmoederschap die grens nog minder zichtbaar wordt.
- Het voorstel beschrijft financiële afhankelijkheid, familiale druk of misleiding als signalen voor uitbuiting bij draagmoederschap, maar hoe bewijst het OM dat hier sprake van is wanneer vooraf een overeenkomst is gesloten?
- Welke omstandigheden zijn voldoende om het oogmerk van uitbuiting aan te tonen?
- En wanneer zijn wensouders strafrechtelijk verantwoordelijk als zij concrete aanwijzingen voor uitbuiting negeren?
- Deelt de minister de mening dat het gebruik van de procedures die thans worden gebruikt voor erkenning van het kind uit een draagmoeder onderdeel zijn van de strafbepalingen uit deze richtlijn, bijvoorbeeld door oneigenlijk gebruik van de adoptieprocedure?
- Hoe waarborgt de minister de bescherming die artikel 1 lid 2 van boek 1 uit het Burgerlijk wetboek biedt tegen persoonlijke dienstbaarheden?
Samen met collega Faber heb ik een amendement ingediend dat ook commerciële activiteiten rond draagmoederschap tussen particulieren onder het strafrechtelijke verbod brengt.
In het huidige voorstel wordt enkel commercieel draagmoederschap waarbij een tussenpersoon betrokken is strafbaar gesteld.
- Hoe ziet de minister toe op de handhaving hiervan?
- Welke maatregelen treft de minister om organisaties die zich nu bezighouden met commerciële draagmoederschapstrajecten te beletten in hun werkzaamheden? Ziet hij een verbod op deze organisaties als oplossing?
- Het voorstel spreekt over het verschil tussen een commerciële vergoeding en een onkostenvergoeding.
- Hoe wordt dit onderscheid gemaakt? Hoe vindt de controle plaats? Enkel op basis van het contract of vindt er verdiepend onderzoek plaats?
Spijt
Voorafgaande toestemming die vastgelegd is in een contract biedt geen garantie dat gevoelens en omstandigheden gedurende een zwangerschap onveranderd blijven.
Er is inmiddels buitenlandse én binnenlandse jurisprudentie beschikbaar waaruit blijkt dat draagmoeders achteraf spijt krijgen van het afstaan en hun kindje willen behouden.
- Hoe waarborgt het kabinet dat een draagmoeder werkelijk vrij blijft om op eerdere afspraken terug te komen? Hoe draagt dit wetsvoorstel daaraan bij?
- En hoe wordt voorkomen dat voorafgaande contractuele vastlegging in de praktijk het herkennen van uitbuiting bemoeilijkt?
- Draagt de voorgenomen regulering van deze praktijk niet juist bij aan het verzwakken van de positie van deze moeders?
Draagmoederschap in Europa
Het implementatievoorstel dat voorligt merkt uitbuiting bij draagmoederschap uitdrukkelijk aan als mensenhandel. Tegelijkertijd werkt het kabinet aan wetgeving die draagmoederschap in Nederland verder juridisch regelt.
- Hoe denkt de minister dat deze twee ontwikkelingen zich tot elkaar verhouden?
- Is de minister ervan overtuigd dat de voorgestelde Nederlandse regeling standhoudt wanneer zij aan het Europese recht en internationale verdragen wordt getoetst?
Deze richtlijn verbiedt draagmoederschap niet als zodanig, maar dat ontslaat het kabinet niet van de verplichting om uitbuiting daadwerkelijk te voorkomen en te bestrijden. Een vooraf goedgekeurde overeenkomst mag daarbij geen obstakel vormen voor opsporing en vervolging.
De nationaal rapporteur mensenhandel waarschuwde er al eerder voor dat het reguleren van draagmoederschap uiteindelijk óók kan leiden tot het reguleren van uitbuiting vanwege de redelijke vergoeding die als stimulans kan dienen om een draagmoeder over te halen. Ook waarschuwt de nationaal rapporteur voor het schenden van de lichamelijke integriteit die onvoldoende wordt beschermd.
Ik vraag de minister daarom beide wetsvoorstellen uitdrukkelijk in samenhang te beoordelen.
- Leidt deze implementatiewet tot een ander oordeel van dit kabinet ten aanzien van de voorgenomen regulering?
Ook internationaal worden indringende vragen gesteld over draagmoederschap.
Zo pleit Speciaal Rapporteur inzake geweld tegen vrouwen en meisjes in haar rapport uit 2025 voor een internationaal verbod op draagmoederschap omdat het risico op uitbuiting zó groot is. Ook verschillende Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië kennen vergaande beperkingen. Waar Nederland op andere dossiers graag voorop loopt als het gaat om de bescherming van mensenrechten kiest Nederland kiest hier voor verdere regulering van een kwalijke praktijk.
- Kan de minister inzichtelijk maken hoe andere Europese lidstaten de richtlijn hebben geïmplementeerd?
- Waarom verschilt de Nederlandse aanpak zoveel van de Duitse, Franse, Spaanse of Italiaanse?
- Is dit kabinet er niet alles aan gelegen om alle risico’s op mensenhandel tegen te gaan?
Dit wetsvoorstel gaat wat de SGP betreft over meer dan enkel het implementeren van een Europese richtlijn. Het biedt ook aanleiding om kritisch te kijken naar de omstandigheden waarin uitbuiting ontstaat. Soms zijn die scheidslijnen flinterdun.