21 mei 2026

Het discriminatiedrama in Nederland moet stoppen

De Tweede Kamer debatteerde op donderdag 21 mei in commissieverband over discriminatie, racisme en mensenrechten. Lees hieronder de bijdrage van SGP-Kamerlid André Flach.

De situatie is ongekend. Er gaat een vloedgolf door onze samenleving die niet te stoppen is. Nederland zit midden in een discriminatiedrama van ongekende omvang. Laat eens op u inwerken wie in ons land allemaal gediscrimineerd worden:

  • Kinderen worden gediscrimineerd volgens de Kinderombudsman;
  • Volgens de Aziatische gemeenschap is er een blinde vlek voor anti-Aziatisch racisme;
  • Turken en Marokkanen voelen zich gediscrimineerd door het gebruik van criminaliteitscijfers;
  • Mbo’ers worden gediscrimineerd in studentencafés volgens het College voor de mensenrechten;
  • Minderheden worden volgens de FNV gediscrimineerd op de werkvloer;
  • Vrouwen worden gediscrimineerd als hun aanwezigheid in de top van beursgenoteerde ondernemingen minder dan de helft is;
  • Moslims lijden onder discriminerende islamofobie volgens DENK;
  • Transvrouwen beroepen zich op discriminatie als ze niet aan vrouwensport mogen deelnemen;
  • Niet onbelangrijk, vijftigplussers ervaren discriminatie als ze solliciteren voor een baan;
  • En dit is nog maar het begin van een lijstje…

Wie voelt zich inmiddels niet gediscrimineerd in ons land? De SGP zegt niet dat discriminatie niet bestaat, maar toch stel ik bewust de vraag: Wat zegt het over de manier waarop we samenleving zijn als we overal bronnen van discriminatie willen zien?

Ik vermoed dat de Nederlandse samenleving als patiënt in de spreekkamer van een therapeut zou horen dat sprake is van een obsessief-compulsieve discriminatiestoornis.

  • Die vraagt om behandeling, nietwaar minister?
  • Wat blijft er immers nog van discriminatie over als iedereen zich gediscrimineerd voelt?
  • En leidt deze inflatie er niet onvermijdelijk toe dat de zwaarste problemen, zoals geweld tegen de Joodse gemeenschap, meer relatief gemaakt worden?

Ik hoor graag een reflectie van de minister. De SGP vraagt aandacht voor het risico van sluipende juridisering die onze samenleving aantast. Ik noem twee actuele voorbeelden.

  1. Wat we altijd het pesten van kinderen noemden, was een moreel kwaad dat door burgers onderling bestreden moest worden. Natuurlijk had pesten altijd al te maken met bepaalde kenmerken en juist daarom is het zo venijnig. Door inbreng van de Kinderombudsman wordt pesten nu echter een discriminatievraagstuk. Is dat wenselijk?
  2. Als tweede actueel voorbeeld noem ik de apotheker die als beleid heeft om alle middelen te verstrekken die genezen en verzachten, maar geen middelen die leven afbreken.

Jarenlang was dat geen probleem, maar door een opiniestukje van een Dolle Mina in de krant is er nu de verdenking van discriminatie.

  • Minister, is dit de richting die we in moeten?

De SGP vindt dat de overheid geen discriminatiecultus mag voeden, maar dat het eerder tijd is om te gaan afremmen. Er is al een indrukwekkende lijst aan agenda, sessies, loketten, voorzieningen, actieplannen en wetgeving. Daar moet eerder iets vanaf dan iets bij. Laat het kabinet dus geen tijd steken in nog een rijksbrede en overkoepelende aanpak van discriminatie.

  • En doen we er echt verstandig aan, minister, om een klachtenoptie over eenzijdig overheidshandelen in de Algemene wet gelijke behandeling te zetten?

Dit vraagt nog meer inzet van mensen en middelen, zo blijkt uit de stukken. De toch al kreunende overheid kan hierdoor nog verder in de verdachtenbank komen.

Islamofobie
De SGP verwondert zich ook over de aandacht die islamofobie in korte tijd heeft verworven. In een slechte bui zou je bijna denken dat de Moslimbroederschap al behoorlijk aan het oogsten is binnen onze instituties. De SGP vraagt het kabinet om hier echt meer kritisch mee om te gaan. Hoe is het mogelijk dat de internationale dag tegen islamofobie nu al als een soort natuurverschijnsel in een beslisnota van ambtenaren staat, terwijl deze dag pas in 2022 op dubieuze wijze door de VN is verzonnen? Het is ronduit discriminerend dat de VN in de betreffende resolutie wel andere vormen van discriminatie onderkent, zoals antisemitisme en christianofobie, maar vervolgens alleen een internationale dag tegen islamofobie uitroept.

  • Tekent Nederland daar bezwaar tegen aan, minister, en houden we ons hier verre van?

In dezelfde lijn vindt de SGP het problematisch dat de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme alleen een Programmaleider moslimdiscriminatie benoemt. Is het niet vreemd dat juist deze instantie zich zo eenzijdig opwerpt voor een bepaalde groep? Het kabinet kan zich dan niet volledig verschuilen achter de inrichtingsvrijheid van de Nationaal coördinator discriminatie. Als het kabinet een nationale coördinator aanstelt, is de evenwichtige uitstraling ervan toch ook altijd een zaak van het kabinet?

De SGP vindt het gebruik van de term islamofobie ronduit misleidend.
Uiteraard is vrees voor moslims als mensen onderling niet wenselijk, maar daarmee mag terechte vrees voor de islam als godsdienst niet op voorhand verdacht gemaakt worden. Weerstand tegen de islam is niet vreemd als we letten op de vreselijke dingen die wereldwijd gebeuren, de jihadistische dreiging die onze diensten rapporteren en de subtiele invloed van organisaties zoals de Moslimbroederschap.

  • Erkent de minister voluit het recht om kritiek te hebben op de islam en houdt het kabinet in ieder geval afstand van de term islamofobie?

Natiediscriminatie
De SGP wil zich verre houden van een krampachtige hang naar slachtofferschap. Daarom vindt de SGP tot op heden dat we in de nationale aanpak van discriminatie alleen bijzondere aandacht moeten hebben voor antisemitisme en niet ook voor christenen, moslims en andere groepen. De geschiedenis roept ons tot bijzondere zorg voor de Joodse gemeenschap. Als er al moslimhaat is, dan is die niet veel anders dan haat tegen christenen. En als moslims concrete problemen hebben, bestaan er in ons land veel voorzieningen waar vervolgde christenen is islamitische landen alleen maar van kunnen dromen.

Inmiddels zijn we echter op een historisch dieptepunt beland. Aan de lijst van discriminatievormen zouden we een nieuwe vorm kunnen toevoegen, namelijk natiediscriminatie. Er lijkt nog maar één groep over die bij bescherming tegen discriminatie buiten de boot valt, en dat is de christelijke cultuur en traditie van ons land en continent. De Raad van Europa waarschuwde in 2015 al dat de tolerantie voor christen in de EU afnam. Rapporten in de EU laten in de afgelopen jaren een zorgwekkende trend van incidenten tegen christenen zien. In januari betreurde het Europees Parlement in een resolutie dat er wel een Europese coördinator voor islamofobie is, maar geen coördinator voor christenfobie, terwijl het christendom de meest vervolgde godsdienst ter wereld is.

  • Hoe kijkt de minister hiernaar en hoe wil hij onze eigen cultuur en traditie beter beschermen en uitdragen?