1 oktober 2026
Stuur onze krijgsmacht met het beste materieel het veld in
De Kamercommissie Defensie debatteerde op donderdag 1 oktober tijdens een Wetgevingsoverleg over materieel. Lees hieronder de bijdrage van Diederik van Dijk.
De Commandant der Strijdkrachten zei het vorige week treffend: "We worden niet simpelweg een grotere versie van wat we waren. We gaan naar een heel andere krijgsmacht."
Mensen blijven de belangrijkste factor in de krijgsmacht, maar veel wordt onbemensd en digitaal. Nederland heeft de afgelopen decennia een vooraanstaande internationale positie opgebouwd in hoogwaardige, kennisintensieve defensietechnologie, met name op het gebied van radar-, satelliettechnologie en sensoren, maar ook op het gebied van drones.
Defensie kiest voor een mix van hoogwaardige systemen en betaalbare massa, zo lezen we in de nota die voorligt. Eén van de experts aan de rondetafel vorige week wees erop dat Nederland is staat moet zijn eigen munitie voor een deel te produceren. Enerzijds met oog op het voortzettingsvermogen in een mogelijk conflict, maar ook omdat binnenlandse munitieproductie de mogelijkheid biedt om bij andere landen (schaarse) munitiesoorten te verkrijgen.
- Erkent het kabinet dat munitie in oorlogstijd een ruilmarkt is?
- Ziet de staatssecretaris noodzaak en ruimte voor een zelfscheppende munitie-industrie in Nederland? Of is verder specialiseren in waar we nu al goed in zijn de weg voorwaarts?
Het kabinet kent de SGP als een partij die zuinig is op de eigen maakindustrie.
Onze Nederlandse industriële basis kunnen we alleen versterken als Defensie langjarig vraagzekerheid biedt en bedrijven niet beperkt worden in hun groeiambities.
In hetzelfde rondetafelgesprek benadrukten experts dat Defensie weg moet van traditionele opdrachtgever-klantrelaties – en ook de staatssecretaris heeft dat meermaals beaamd.
De situatie in de wereld dwingt ons om hechte, langdurige partnerschappen aan te gaan met bedrijven en kennisinstellingen. Bij een concreet conflict moet Defensie snel kunnen opschalen om het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht te waarborgen.Een stabiele nationale basis is daarbij van cruciaal belang. Het ‘wat’ in de Defensienota is duidelijk, maar het ‘hoe’ nog niet.
Daarom vraag ik de staatssecretaris:
- Waar wil het kabinet precies naartoe met het ‘Nederlands Defensie ecosysteem’?
- Hoe heeft het ministerie (in het belang van onze veiligheid) de afgelopen jaren regie gepakt, om ketenpartners bij elkaar te krijgen en inkoopprocedures te vereenvoudigen?
- Deelt de staatssecretaris de inschatting dat zo’n 3.000 mkb-bedrijven, die nu nog niet actief zijn in de keten, relatief snel kunnen instromen om als ketenpartner te kunnen leveren aan eindproducenten?
De SGP ziet de toegevoegde waarde van de Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit. Daarmee kunnen ervaringen van het front sneller hun weg vinden naar de tekentafel en kan Defensie beter inspelen op snelle technologische ontwikkelingen.
Tegelijkertijd is dit vooral een zaak van de lange adem: de resultaten en opbrengsten daarvan zullen we pas op termijn zien. In de nota wordt gesproken over een afnamegarantie bij innovatietrajecten. Deze lijken vooral bedoeld om zogenoemde ‘moonshots’ mogelijk te maken: innovatieve trajecten met een potentiële impact op de middellange en lange termijn.
Dat roept de vraag op of er voldoende urgentie wordt gevoeld om bewezen en snel inzetbare oplossingen op korte termijn op te schalen, terwijl daar evengoed vaak voorfinanciering bij nodig is.
- Komen producenten alleen bij innovatieve productontwikkelingstrajecten in aanmerking voor een afnamegarantie? En hoe wordt bepaald of een businesscase innovatief genoeg is om hiervoor in aanmerking te komen?
De SGP kan ver meekomen in het pleidooi voor Europese strategische autonomie.
Niemand zit te wachten op versnippering, verkwisting van belastinggeld of wapensystemen die niet goed op elkaar aansluiten. Veel systemen en capaciteiten zijn zo geavanceerd en kostbaar dat afzonderlijke landen niet in staat zijn om deze zelfstandig te ontwikkelen of aan te schaffen.
De NAVO-capaciteitsdoelstellingen en regionale plannen blijven leidend voor wat we inkopen, maar Europese defensiesamenwerking is hierbij onmiskenbaar nodig.
Tegelijkertijd verwoordde de SACEUR (opperbevelhebber NAVO in Europa) afgelopen maandag in het Europees Parlement een hartenkreet van veel militairen, toen hij stelde: ‘Een focus op waar iets wordt gemaakt, in plaats van hoe goed het presteert op het slagveld, dient alleen onze tegenstanders.’ Onze mannen en vrouwen kunnen we alleen met het allerbeste materiaal het veld insturen.
- Is de staatssecretaris het met ons eens dat kwaliteit altijd voor herkomst gaat?
- Waar ligt voor het kabinet het omslagpunt? Hoeveel meerkosten, langere levertijd of extra onzekerheid is het kabinet bereid te accepteren wanneer de keuze voor een Made in Europa product aantoonbaar bijdraagt aan de versterking van de Europese defensie-industrie en onze strategische autonomie?
- Hoe neemt het kabinet bij keuzes over Europese defensiesamenwerking het perspectief van niet-EU-NAVO-bondgenoten mee?
Het Verenigd Koninkrijk, maar ook Noorwegen, Turkije en Canada kijken vanuit een andere institutionele positie naar de verhouding tussen Europese en trans-Atlantische samenwerking. Laat het kabinet zijn voordeel doen met deze inzichten.
Als de SGP één advies kon meegeven aan deze staatssecretaris, zou het zijn: schiet niet van de ene in de andere kramp! Houd het hoofd koel en draag in de ambitie om autonoom te worden niet zelf onbedoeld bij aan verdere verwijdering of nieuwe kwetsbaarheden. Vandaag zijn het de VS en Israël, morgen is het misschien wel een Europese bondgenoot bij wie we ongemak voelen als het electoraat verder op drift raakt.
Een substantieel deel van onze antitankwapens, counter-dronecapaciteit en raketartillerie komt uit Israël of is gebaseerd op Israëlische technologie. Dat Defensie vorig jaar voor € 1,13 miljard in Israël inkocht was geen liefdadigheid of ideologie, maar bittere noodzaak. Veel van deze technologie bewijst momenteel zijn waarde in Oekraïne.
Het afbouwen van samenwerking met de Israëlische defensie-industrie is niet in ons veiligheidsbelang en het is veelzeggend dat Europese bondgenoten dichterbij Rusland juist wel zaken blijven doen.
In het licht van de boycot of gedram over een Palestijnse staat mogen we überhaupt blij zijn als Israël in de toekomst bereid is om nieuwe contracten aan te gaan. We gaan Israël nog hard nodig hebben, vooral voor onze luchtverdediging. Graag hoor ik, mede in het licht van mijn aangenomen motie, of hij vorderingen kan melden over de realisatie van een Europees lucht- en raketverdedigingssysteem.