6 oktober 2026
Wie vrede wil, moet zich op oorlog voorbereiden
De Tweede Kamer debatteerde op dinsdag 6 oktober over de Begroting Defensie. Lees hieronder de bijdrage van Diederik van Dijk.
Wie heeft dit indringender verwoord dan Erich Maria Remarque in zijn oorlogsboek ‘Van het westelijk front geen nieuws’? Ik citeer: “We waren achttien en begonnen net van de wereld en het leven te houden, maar we moesten erop schieten. De eerste granaat die insloeg, trof ons in het hart.”
Oorlog laat zien dat mensen geneigd kunnen zijn tot het grootste kwaad, en precies daarom ben ik geen pacifist. Wie vrede wil, moet zich op oorlog voorbereiden. De SGP neemt dan ook afstand van het zogenaamde ‘vredesprotest’ vorige week in Amsterdam.
Diplomatieke, politieke en humanitaire steun aan Oekraïne zijn noodzakelijk, maar onvoldoende. Het staken van militaire steun zal niet zorgen voor vrede, en al helemaal geen rechtvaardige vrede. Dan wordt Oekraïne een onverdedigbaar land, komt de Oostgrens dichterbij en accepteren we dat agressie loont.
Steeds vaker klinkt dat Nederland een oorlog wordt ‘ingerommeld’. Dat is niet het geval. Dat is niet het geval. Nederland steunt alleen de gerechtvaardigde zelfverdediging van Oekraïne. Wél heeft Nederland een verdragsverplichting om bondgenoten bij te staan bij een aanval. Want dan staan onze mannen en vrouwen er. Zoals ónze bondgenoten er voor Nederland zijn als wíj aangevallen worden. De NAVO houdt de wereld van Remarque op afstand.
Dit bondgenootschap is uniek in een wereld die één en al onderling wantrouwen is. China en Rusland zijn ‘strategische partners’, Poetin en Xi lopen hand in hand, maar noemen elkaar geen bondgenoot. Historische rancune is wat hen bindt: samen tegen het Westen. Of het ongebonden India: het grossiert in goede betrekkingen, maar kent nauwelijks hechte veiligheidsrelaties. Saudi-Arabië, Turkije en Pakistan sloten onlangs een veiligheidspact, inclusief ‘artikel 5-clausule’, maar bij de eerste de beste aanval van de Houthi’s gaven Turkije en Pakistan niet thuis.
Nee, dan de NAVO! Een geïntegreerde commandostructuur, gezamenlijke planning en een daadwerkelijk beproefde collectieve verdediging. Onze grootste strategische kracht ligt in dat ene woord: vertrouwen. Geloofwaardige afschrikking vraagt om opschaling, in materieel, personeel én voortzettingsvermogen. Maar weerbaarheid stopt niet bij de krijgsmacht: de hele samenleving moet bestand zijn tegen druk, ontwrichting en uitval.
Vorige week waren we op de Jacobus Fruytier scholengemeenschap.
We kregen een kijkje in de keuken van de Verdiepingsmodule Defensie: jongens en meiden leren skills en drills, verleggen hun grenzen en ruiken tegelijk aan een loopbaan bij Defensie.
- Welk budget en personele capaciteit is nodig om deze Verdiepingsmodule en de Nationale Weerbaarheidstraining verder uit te rollen?
- Hoe krijgt de staatssecretaris onderwijsinstellingen hierin mee?
- Welke Europese landen lopen hierbij voorop en bieden inspiratie?
Defensie wil in 2030 naar ruim 100.000 mensen en in een conflictsituatie 200.000, reservisten en burgers meegerekend.
Die ambitie verdient lof.
De SGP twijfelt wel of het realistisch is.
- Zijn hier genoeg opleiders, of überhaupt bedden voor?
Tegelijkertijd moeten we ons niet blindstaren op totaalaantallen Onze gevechtskracht wordt in belangrijke mate bepaald door onderofficieren en soldaten. Dat aantal is al jaren een probleem.
- Hoe gaat het kabinet voldoende onderofficieren en soldaten werven en opleiden?
Ik vraag graag aandacht voor de Diensten Geestelijke Verzorging.
Aalmoezeniers, predikanten en rabbijnen doen belangrijk werk in de brede vorming van militairen.
Ze zijn er niet voor het moreel, maar voor de moraal.
Dat de mens niet leeft van brood alleen blijkt wel bij keuzes over leven en dood.
- Kan de staatssecretaris bevestigen dat het aantal GV’ers evenredig meegroeit met de overige personele doelstellingen?
- Kan hij aangeven hoe het onderhoud van het vormingscentrum in Beukbergen gewaarborgd is?
In de zorg voor militairen en veteranen blijft het thuisfront soms onderbelicht, terwijl een stabiel thuisfront een randvoorwaarde is voor inzetbaarheid. Tijdens een missie is er veel aandacht, maar vóór en vooral na áfloop is er minder geregeld. Daarom vraagt de SGP:
- Is er voor partners en kinderen voldoende, structurele toegang tot psychosociale ondersteuning wanneer de gevolgen van een missie later doorwerken in het gezin?
- Is het kabinet het met ons eens dat één herkenbaar thuisfrontloket voor informatie, zorg, kinderopvang, mantelzorg en praktische ondersteuning bij kan dragen aan betere communicatie? Gezinnen ervaren de diverse informatiekanalen nu nog als te versnipperd.
Afgelopen zaterdag organiseerde het Nederlands Veteraneninstituut een Thuisfrontdag. Dat is natuurlijk geweldig, maar geen nationaal evenement met de bijbehorende aandacht en erkenning.
- Er is wat voor te zeggen om deze dag om te dopen tot Nederlandse Veteranen- en Thuisfrontdag. Is de staatssecretaris bereid om dit te bespreken met het Nationaal Comité Veteranendag?